Door community (initieel ouwe knar), Op don 3 maa 2011 23:31, 2 reacties,    

Andere tijden: Knokken in Libanon



Verslag van een opeenstapeling van missers, versleten rommel dumpen en vooral niet luisteren naar elkaar.

Stukje begin script:

Er was al een rapport van Defensie een rapport van commissie van Kemenade, het rapport van de VN studie van diplomaat Norbert Bot, vorige week verschenen en ook deze week het rapport van parlementaire commissie Bakker. Allemaal over vredesmissies onder de vlag van de Verenigde Naties in de jaren 90. En over wat er fout ging vooral. Een goede reden vonden wij om nog eens dieper in te duiken op de geschiedenis van die eerdere vredesmissie VN vredesmissie waaraan Nederland mee deed: UNIFIL. Libanon 1979. En eens te kijken of het daar dan wel goed ging.

Sinds het einde van de koude oorlog stonden de legers in het westen stof te vergaren en geld te kosten, maar echt opdoeken kun je ze ook weer niet. Je weet per slot maar nooit. Dus wat is er dan mooier om ze in te zetten op een VN vredesmissie. Je helpt een land in nood, je geeft de troepen iets te doen en je helpt jezelf nog aan een goed geweten ook. Zo trok er in de jaren 90 een ware stoet van missies over de wereld. Alleen de Nederlandse troepen al trokken naar Cambodja, Haïti, de Golf, Cyprus en natuurlijk vooral Bosnië. Vooral bij die laatste missie, de Bosnische enclave Srebrenica, leek het vredestichten pijnlijk anders uit te pakken dan voorzien. Wat daar gebeurde was zo verbijsterend en het blijkt nog steeds zo onverwerkbaar, dat zo’n beetje iedereen die er iets mee te maken heeft gehad, sinds kort rapporten uitbrengt. Altijd de reflex bij schuldvragen zoals u weet. Rapporten over Bosnië maar ook over andere missies. En zo worden steeds meer zwakke plekken in de missies zichtbaar. De motieven om eraan mee te doen blijken in de eerste plaats vaak tegenstrijdig en onduidelijk. Informatievoorziening in de tweede plaats, schiet op alle niveaus tekort. En de materiële ondersteuning van de troepen, tot slot, deugt al evenmin. We naderen het moment dat van die vredesmissies van de VN nog maar een ding niet besproken is, te weten dat er vóór de jaren 90 ook al eens een is geweest waar wij aan meededen. UNIFIL, Libanon 1979. Daar hebben die rapporten het niet over. Maar hoe was het daar dan eigenlijk. Liep het daar wel van een leien dakje.

Sinds kort hebben ze een vaste plek om bij elkaar te komen, de jongens van UNIFIL. Het is 20 jaar geleden dat ze als militair gediend hebben als militair in de vredesmacht in Zuid Libanon. Maar aan het uitwisselen van ervaringen bestaat een grote behoefte.

Totdat we te horen kregen dat we überhaupt niet meer mochten schieten, laat staan verdedigen. Toen zijn we eigenlijk als een soort demonstratie met rode rozen in onze lopen gaan lopen. Als we die dan toch niet mogen gebruiken dan gebruiken we die wel als een soort bloemenvaas. Dat is natuurlijk ook inherent aan het idiote idee om militairen ergens neer te zetten (3:36) en dan met de handen op de rug te binden.

Chr. Van der Klaauw, oud-minister buitenlandse zaken:
Nederland wou graag meedoen aan vredesoperaties, dat vonden wij beter dan kernwapens. In tegenstelling met eh.., prononceren. En het Midden-Oosten had natuurlijk altijd grote Nederlandse belangstelling gehad.


Stukje Kamerdebat, de oud-minister: "Nou daar komt minister Scholten nog op terug. Das duidelijk."

Het is januari 1979 als de tweede kamer hoort dat Nederland is gevraagd een bijdrage te leveren aan UNIFIL. Al 15 jaar hebben we een compleet bataljon in de aanbieding. Maar gevraagd werden we tot dan toe niet.

Oud-minister:
Ik vond het een succes voor ons. Want ik heb veel geïnvesteerd in het juristen werk in verhouding met die Arabische landen. En het feit dat wij gevraagd werden betekent dus dat de VN natuurlijk en de secretaris generaal had gepolst bij de…. en de Arabische landen neem ik aan of we, eh men bereid was Nederlandse troepen te aanvaarden. En dat was dus belangrijk voor onze politiek. Het was in de jaren na de olieboycot en dus, ja het was een omslag.


Een meerderheid van de kamer voelt wel voor het handhaven van de vrede. Over hoe dat moet, worden nauwelijks vragen gesteld. Buitenlandse zaken is trots en van enig bezwaar van defensie kan van der Klaauw zich niets herinneren.

Oud minister:
Nee, nee, er was geen verschil over, want ja we waren altijd in principe al bereid om aan vredesoperaties deel te nemen. Eh het was de 60er jaren, nee er was geen verschil van mening. Defensie vond het een mooie operatie het was heel iets nieuws gewoon spannend om eh skip charteren, voertuigen bij elkaar brengen en alle eh logistiek, alles in orde te brengen.


Rob Stolk oud verkenner:
Dit is het bovenstuk van een EV 408 het bovenstuk van een tankvoertuig wat we daar gebruikten. Die dingen zagen er niet uit. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook technisch was er van alles mee aan de hand. Het stond meer stil dan dat het reed. Dit behoort dus wit te zijn. Nou witte verf hadden we niet. We kregen elke maand braaf groene verf aangeleverd van defensie. Dat was heel mooi spul voor op de schietbaan. Op een gegeven moment heb ik zelf bij de lokale bevolking witte verf gekocht. En ik ben zelf die nekaf wit gaan schilderen. We hadden verschillende soorten patrouilles. Eigenlijk de sociale patrouilles die liep je overdag, dus de mensen de locals visueel laten zien van je aanwezigheid. We bemanden roadblocks, dat is ook visuele aanwezigheid, controle voertuigen, wapens noem maar op. En we hadden nachtelijke patrouilles en die waren er meer op gericht om infitraties van diverse partijen tegen te gaan. En je moet rekenen, je zit daar in de bergen, 's nachts geen verlichting want je zit daar, ja, wij noemden dat altijd in the middle of fucking nowhere, maar er was daar niets, je had maanlicht en met een lampje rondlopen dee je ook niet.


Vraag:
Was het gevaarlijk patrouille lopen?


Antwoord:
Voor je gevoel wel natuurlijk. Zeker 's nachts, want ja, je loopt ergens en eh achter ieder rotsblok achter ieder struikje kan wat gebeuren natuurlijk.


Over de spanning en het gevaar wordt in de voorlichtingsfilms van defensie weinig verteld. Net zomin als over het politieke wespennest Zuid-Libanon.

Intermezzo:
In het oostelijk bekken van de Middellandse Zee ligt de kleine staat Libanon. Een land met een veelbewogen geschiedenis. Na een aanslag op een bus slaat Israël in 1978 fel terug door met een legermacht van 20.000 man Zuid-Libanon binnen te trekken. Ondanks de druk die internationaal op Israël wordt uitgeoefend bezet het heel Zuid Libanon tot aan de rivier de Litani. Als echter de Veiligheidsraad besluit tot het instellen van een vredesmacht trekt Israël zich weer terug. Maar het houdt een wisselzone aan haar noordgrens over aan de christelijke militie van majoor Haddad. De vredesmacht krijgt onder meer tot taak, vrede en veiligheid te herstellen en het Libanese gezag over het gebied te bevestigen.

Vraag:
Waren er dingen die u in uw functie kon doen om de spanning te verminderen?


K. van Coberen, oud welzijnsofficier:
In eerste instantie kun je natuurlijk laten zien dat je zelf niet bang bent, terwijl je toch zelf wel onder spanning leeft. Het voorbeeld is natuurlijk heel belangrijk en ik moet zeggen dat onze onderofficieren daar een zeer goede rol in gespeeld hebben. Dat waren keien van kerels. Of ze nou dienstplichtige waren en vrijwillig naar Libanon gingen, of beroeps, allemaal gelijk. En die gaven door hun voorbeeld eigenlijk aan dat er rust moest zijn. En dat was er dan ook vaak.


Rust uitstralen, aanwezig zijn, daar ging het om. Het mandaat van UNIFIL was beperkt tot vredeshandhaving. Maar die vrede werd niet altijd gerespecteerd. Noch door Israël en majoor Haddad, noch door PLO Hamas of Hezbollah. UNIFIL kon en mocht daar eigenlijk weinig tegen doen.

Stolk:
Het is natuurlijk heel raar dat als je daar met een peleton staat of met een heleboel mensen die tot de tanden toe bewapend zijn, en er niets mee mogen doen. En het erge is dat de andere partijen dat ook weten. Die weten dat we niets mogen doen, dus die lachen je gewoon midden in je smoel uit. En eigenlijk word je dan als militair zijnde vreselijk vernederd.


Casper Galesloot:
Als je mensen tegen moest houden, dan stonden we uren tegenover elkaar met geweren in paraatheid en de kapiteins onderhandelen en dan hadden we ze eindelijk eigenlijk tegen gehouden en dan mochten ze alsnog doorlopen. Dat was allemaal wel leuk.


Nos Journaal 12-1-1979. Van der Klaauw:
Hier was natuurlijk een risico. Ik geloof niet dat het een groot risico is op het ogenblik, in het begin was het veel erger, maar nu is dat risico minder, maar ja je hebt geen troepenmacht nodig om de orde te handhaven als er niet een zeker gevaar is natuurlijk.


Luister en huiver verder vanaf 10:24

Libanon_en_andere_tijden.wmv
http://video.google.com/videoplay?docid=-6225778004313316446#

Annotaties:
| #128859 | 04-03-2011 01:41 | ouwe knar
jril0813.jpg
ouwe knar's avatar
| #128973 | 05-03-2011 14:12 | ouwe knar
Eens kijken wanneer Nederlnd weer mag hellupu.

De performance van zaplog is op mijn pc overigens zwaar knudde, itt de 'algemene' sites.
Had verwacht dat het ergste nu wel voorbij was :(
ouwe knar's avatar
aanmelden / inloggen