Bewijs voor Iran’s geheime nucleaire wapenprogramma vervalst
De International Atomic Energy Agency (IAEA) zegt dat haar huidige doelstelling ten aanzien van Iran het bepalen is of de documenten authentiek zijn die mogelijk aantonen dat Iran tussen 2001 en 2003 een geheim nucleair wapenprogramma had. Het probleem, volgens de rapporten van de IAEA, is dat Iran weigert mee te werken om de kwestie de wereld uit te helpen. Maar de IAEA weigert publiekelijk het belang te erkennen van bewijs dat door Iran is ingebracht dat de documenten die een wapenprogramma moeten aantonen zijn gefabriceerd, en dat de organisatie weinig tot geen moeite heeft genomen om de authenticiteit van de inlichtingenrapporten te achterhalen of medewerkers te ondervragen van de regeringen die dergelijke documenten in hun bezit hebben, meldt het persbureau Inter Press Service (IPS).
De Nederlandse regering is hier een van.
De IAEA suggereert in haar rapporten dat de documenten die zij behoort te onderzoeken geloofwaardig zijn omdat zij "schijnbaar uit verschillende bronnen op verschillende tijdstippen" afkomstig zijn, gedetailleerd zijn en dat de inhoud in het algemeen van gelijke strekking is.
De IAEA Safeguard Department chief Olli Heinonen gaf een de facto "acceptering" aan de "studie documenten" bij zijn presentatie van een zogenaamde "organisatie chart" van het zogenaamde nucleaire programma, gebaseerd op deze documenten tijdens een "technische briefing" aan IAEA lidstaten in februari 2008.
Ondertussen schilderde de IAEA Iran af als "niet reagerend" op de "inhoud" van de documenten, volhoudend dat het land alleen alleen op "stijl en vorm" van de presentatie reageerde.
In werkelijkheid had Iran ondertussen serieus bewijs ingediend dat de documenten vervalst waren. Vertelde Iran's vaste vertegenwoordiger bij de VN in Wenen, Ali Asghar Soltanieh, IPS. Hij zegt dat hij een team van IAEA officials tijdens een vergadering in Teheran, begin 2008, erop heeft gewezen dat geen van de zogenaamde "top-secret" documenten enige beveiligings-tekenen hadden, en dat zogenaamde brieven van het ministerie van Defensie geen afdruk van het officiële regeringsstempel droegen.
Een anomieme medewerkers van het IAEA bevestigt dat de Iraniërs inderdaad op deze feiten hebben gewezen maar noemde het bewijs "geen "killer" argument".
Deze medewerker wijst op het feit dat de regeringen die de documenten hebben aangeleverd mogelijk de zegels en stempels hebben weggenomen. Maar de IAEA heeft hier nooit over nagevraagd. Dat in tegenstelling tot de zogenaamde "Niger zaak" waarbij het agentschap tot de conclusie kwam dat documenten waren vervalst, een conclusie op basis van "vorm, formaat, inhoud en ondertekening".
Daarnaast toonde Iran aan dat memo's op brieven opgesteld door een zogenaamde "projectleider" vervalst waren door een derde partij. Iran overhandigde de orginele documenten waar deze aantekeningen ontbraken. Bovendien hadden de aantekeningen niets te maken met de oorspronkelijke inhoud.
De anomieme IAEA medewerker probeerde dit nog te weerleggen door te suggereren dat Iran de aantekening had "weggewit" om vervolgens voor te stellen dat er twee brieven geweest moeten zijn.




