Door community (initieel Best Well), Op din 22 aug 2017 12:37, 0 reacties, nieuws

Brief van mr. Adèle aan de Volkskrant

Aan de hoofdredactie van de Volkskrant
Philippe Remarque

c.c.:
W.Thijssen
E.Stoker

Amsterdam, 21 augustus 2017

Inzake : B. en Y. / klachtprocedure artikel 12 Sv
40489 PL/pl

Geachte hoofdredactie,

Door derden werd ik opmerkzaam gemaakt op de Volkskrant-artikelen van 18 en 21 augustus jl. over de beschikking d.d. 18 augustus 2017 van het hof Arnhem in de door mijn cliënten tegen de voormalig topambtenaar Joris Demmink aangespannen artikel 12 Sv procedure.

Gisteren en vandaag publiceerde de Volkskrant onder de kop ‘Valse aanklacht, vals bewijs en geruchten, dit is de zaak-Demmink’:

“(.) Sterker; alles wijst erop dat de aanklacht vals is, dat een belastend document is gefalsificeerd, dat de afzender ervan niet bestaat en dat alle geruchten zijn verzonnen.”

Op 18 augustus jl. schreef De Volkskrant:

“(.) Van een document dat circuleert op het internet, van een gouverneur uit Istanbul, dat zou aantonen dat Demmink wel degelijk in omstreden periode in Turkije is geweest, staat voor de onderzoekers vast dat het vals is. ‘Wij hebben zelfs niet kunnen vaststellen dat die gouverneur echt bestaat.’ Het document was door de veroordeelde Baybasin ingebracht als bewijs tegen Demmink.”

In deze passages worden zowel mijn cliënten als ik beschuldigd van valsheid in geschrifte dan wel het gebruikmaken van een vervalst geschrift. Deze beschuldiging is ongegrond. Dat uw beweringen hierover onjuist zijn kan ik onderbouwen.

U heeft bewust nagelaten mij – mede namens cliënten – op deze beschuldiging commentaar te laten geven in het kader van hoor en wederhoor. Dat is in hoge mate onzorgvuldig. (Temeer nu de betrokken redacteuren Elsbeth Stoker en Wil Thijssen beschikken over mijn contactgegevens, waaronder mijn e-mailadres en het telefoonnummer van mijn kantoor, dat bij afwezigheid tevens is aangesloten op mijn mobiele telefoon).

De Volkskrant schoffeert met deze beschuldiging bovendien mijn cliënten, twee slachtoffers van een zedenmisdrijf.

De publicaties zijn zowel jegens cliënten als jegens mijzelf onrechtmatig. Ik licht dit hieronder beknopt nader toe.

Het publiceren van onjuiste informatie

U hebt zich, zoals ik begrijp uit uw artikel, in deze kwestie nader laten voorlichten door de twee officieren van justitie die het door het hof in de zaak in januari 2014 opgedragen strafrechtelijk onderzoek hebben moeten uitvoeren. Tot mijn verwondering hebt u het niet nodig gevonden wederhoor toe te passen terzake enkele onjuiste en mijn cliënten diskwalificerende uitspraken van deze officieren.

Zo noteert u in uw artikel: ‘Van een document dat circuleert op het internet, van een gouverneur uit Istanbul, dat zou aantonen dat Demmink wel degelijk in de omstreden periode in Turkije is geweest, staat voor de onderzoekers (u bedoelt hier de twee officieren van justitie naar ik aanneem) vast dat het vals is. ‘Wij hebben zelfs niet kunnen vaststellen dat die gouverneur echt bestaat. ‘Het document was door de veroordeelde Baybasin ingebracht als bewijs tegen Demmink”

Indien u mij vrijdag jl. had benaderd voor commentaar op deze uitspraken, dan had ik u nadere informatie over het onderzoek naar dit document kunnen geven, waaruit blijkt dat de officieren van justitie op dit punt een verdraaid beeld van de werkelijkheid geven, dat ook nog eens mijn cliënten en mijzelf incrimineert. Dit foute beeld hebt u zonder het toepassen van wederhoor klakkeloos overgenomen in uw artikel.

Ik had u dan kunnen informeren over het feit dat dit document direct na ontvangst uit Turkije bij de oorspronkelijke aangiften van mijn twee cliënten Mustafa in 2008 en Osman in 2010 aan het OM ter beschikking is gesteld, evenals diverse getuigenverklaringen uit Turkije die de aangiften van mijn cliënten ondersteunden. Met deze getuigenverklaringen en documenten heeft het OM nooit iets gedaan. Wat was nu eenvoudiger geweest dan per onmiddellijk de betreffende getuigen in Turkije te horen en de aangeleverde documenten daar nader te onderzoeken. Het was het gerechtshof te Arnhem dat op 20 januari 2014 uiteindelijk het OM heeft moeten bevelen dit onderzoek alsnog te verrichten omdat de namens cliënten aangeleverde documenten hiertoe voldoende aanleiding gaven. Het aangeleverde materiaal vormde voldoende basis voor een strafrechtelijke verdenking, zo oordeelde het hof toen.

Voordat gevolg kon worden gegeven aan deze opdracht van het hof tot een strafrechtelijk onderzoek in Turkije naar het aangeleverde materiaal heeft Turkije de deur van de verdragsrechtelijk verplichte kleine rechtshulp echter potdicht afgegrendeld. Als grond gaf Turkije het ‘non bis in idem’ beginsel omdat net daarvoor, namelijk op 22 april 2013, een strafvervolging tegen Joris Demmink was geseponeerd wegens verjaring van het strafbare feit. Het gaat hier om de ook u bekende sepotbeslissing van de Turkse officier van justitie Selim Berna Altay, waarin staat vermeld dat: “uit de in- en uitreisgegevens uit het onderzoeksdossier is gebleken dat de verdachte Joris op 20/07/1996 Turkije is ingereisd.”

De Nederlandse rechter-commissaris achtte deze weigering van de Turkse autoriteiten (terecht) in strijd met de internationale rechtshulpverdragen. Zij is tot drie keer toe naar Turkije gereisd om hierover overleg te plegen met de Turkse autoriteiten, maar het is haar desondanks niet gelukt toestemming te krijgen om de door het hof opgedragen getuigenverhoren en onderzoeken daar te verrichten. Ook het in uw artikel bedoelde document van de gouverneur van Istanbul kon dus ondanks de expliciete opdracht van het hof hiertoe niet nader worden onderzocht.

Het document is echter wel aan de Turkse autoriteiten gepresenteerd, zo blijkt o.a. uit de verslagen van de rechter-commissaris van haar besprekingen met diverse Turkse instanties. Geen enkele van de hooggeplaatste Turkse gesprekspartners van de rechter-commissaris heeft de authenticiteit van het document tegenover haar in twijfel getrokken. Zo heeft de heer F. Karak, hoofd van het Turkse Directoraat Internationale rechtshulp, de rechter commissaris zelfs over het hem getoonde document laten weten dat ‘dit informatie van de politie lijkt te zijn’. Hij voegde daaraan toe, “dat als deze persoon [Demmink] in Turkije via de VIP ingang is binnen gekomen, het heel goed mogelijk is dat dat niet is genoteerd. (—) Als hij in formele functie naar Turkije is gekomen dan is dat waarschijnlijk niet (volgens de gewone kanalen) bijgehouden.” [1] De heer Tuncay van het Turkse Openbaar Ministerie liet zich in aanvulling daarop tegenover de Nederlandse delegatie ontvallen dat dit soort van politionele informatie ‘inlichtingen’ betreft, niet bedoeld om als bewijs in strafzaken te dienen.[2] Het document zou met andere woorden intelligence informatie bevatten van binnenkomende personen met een speciale, mogelijk diplomatieke status. Dat Joris Demmink in die periode beschikte over een diplomatiek paspoort, is in het Tamarix onderzoek van de twee door u genoemde officieren van justitie bevestigd.

Dat de Turkse autoriteiten op geen enkele wijze de echtheid van het document van 25 december 2002 aan de orde hebben gesteld in hun besprekingen met de Nederlandse rechter-commissaris, maakt duidelijk dat de uitspraak van de twee officieren van justitie tegenover u dat hier sprake zou zijn van een vals document, geen feitelijke basis heeft.

Hetzelfde geldt voor de uitspraak van de officieren van justitie jegens u dat niet kon worden vastgesteld of de gouverneur van Istanbul van wie dit document afkomstig zou zijn überhaupt wel zou hebben bestaan. Het verslag van de bijeenkomst van de Nederlandse delegatie met het Turkse Directoraat Internationale Rechtshulp laat zien dat de naam van de betreffende gouverneur, Ozdemir, wel degelijk bekend was aan deze officieren.[3]

Het een en ander impliceert dat u mij en mijn cliënten ten onrechte – zonder het toepassen van wederhoor – beschuldigt van het inbrengen in de artikel 12 Sv-procedure van vervalst bewijsmateriaal.

In uw tweede artikel over de zaak in de Volkskrant van zondag 20 augustus jl. herhaalt u naast een aantal nieuwe aantoonbare onjuistheden over de feiten in de zaak voormelde valse beschuldiging.

Ik verzoek u met klem om de ongefundeerde beschuldigingen in beide artikelen nog deze week te rectificeren en met mij te overleggen over de wijze waarop dit dient te gebeuren.

Hoogachtend,

A.G. van der Plas

Voetnoten:

[1] verslag d.d. 28 mei 2015 door rechter-commissaris van de bespreking in Ankara op 20mei 2015, pp. 2-5.

[2] verslag d.d. 12 november 2015 door de rechter-commissaris van de bespreking in Istanbul op 10 oktober 2015, p. 10 waarin staat vermeld dat volgens Tuncay dergelijke politionele notities “vallen onder ‘inlichtingen’ en dat het geen bewijsstukken zijn en dus niet gebruikt mogen worden bij de beoordeling van deze zaak.”

[3] verslag d.d. 28mei 2015 door rechter-commissaris van de bespreking in Ankara op 20 mei 2015, p. 3

————————————————–

Tot zover de brief van mr. Adèle aan de Volkskrant. Tot zover ook de “zorgvuldige” berichtgeving in de krant over de dwaze uitslag van deze langdurige procedure. “Ach nee, de Turken werkten niet mee…” En: “… de advocaat van de twee verkrachte jongens pleegde valsheid in geschrifte…” Inmiddels heeft ook Frits Abrahams in het NRC deze aperte leugen gepubliceerd, in een column waarin Joris D. wordt afgeschilderd als een lelieblanke ambtenaar die ten onrechte 14 jaar lang het slachtoffer was van een lastercampagne, gevoerd door een Koerdische schurk die aldus hoopt te ontsnappen aan zijn veroordeling tot LEVENSLANG. Ach, De Onschuld van Demmink…

Op het Twitter-account van Truth Hits Everybody staan o.a. deze documenten:

lees verder via de link
Annotaties:
aanmelden / inloggen