Door community (initieel Best Well), Op zon 12 nov 2017 17:09, 0 reacties, nieuws

Europa kan niet blijven wegkijken van de Spaanse politieke crisis



Foto: De Spaanse premier Rajoy lijkt de opvolger te zijn van generaal Franco, die duizenden Catalanen afslachtte omdat ze te 'onafhankelijk' denkend waren.
FacebookTwitterGoogle+StumbleUponLinkedInWhatsAppNUjijTumblrPinterestRedditDiggDeel
Terwijl in iedere fatsoenlijke democratie politici die in opspraak komen allang zouden zijn afgetreden, blijft Rajoy gewoon zitten. Daarbij geholpen door een rechtssysteem en een medialandschap dat volledig gepolitiseerd is

Terwijl de Brusselse bubbel zich bezighoudt met de afgezette Catalaanse presidente Puigdemont, verdiept in Spanje zelf de politieke crisis, die mede ten grondslag ligt aan het onafhankelijkheidsstreven in Catalonië. Europese leiders als Frans Timmermans maakten zich terecht druk om de pogingen van de Poolse regering de rechtstaat naar haar hand te zetten, maar blijven stil bij de aantasting van die rechtstaat in Spanje.

Afgelopen week stelde de Spaanse Partido Popular-regering de stad Madrid onder financiële curatele. Madrid, bestuurd door een progressieve coalitie, draagt naar het idee van minister van Financiën Montoro te weinig geld af voor aflossing van de Spaanse schulden. Maar onder de oppervlakte speelt de groeiende tegenstelling tussen de oude partijen die Spanje hebben bestuurd sinds de Transitie, de overgang van dictatuur naar democratie in 1978, en nieuwe critici van de Constitutie die toen als compromis werd opgesteld.

De ‘gemeentes voor de verandering’, naast Madrid en Barcelona nog tientallen andere Spaanse steden, willen met hun ‘municipalistische’ beweging van onderop de wijdverbreide corruptie en de sociale gevolgen van de diepe economische crisis aanpakken. Het succes van die beweging is de centrale regering een doorn in het oog, en zij gebruikt de Spaanse instituties om haar eigen politieke macht en privileges te behouden.

Sinds ‘Ahora Madrid’, de coalitie onder leiding van burgemeester Manuela Carmena, in 2015 aantrad, is de schuld van de stad Madrid met 2 miljard verminderd. In 2016 had het progressieve stadsbestuur een overschot van 1 miljard, dat volgens de regering geheel moet worden afgedragen. Een deel van dat geld wil Ahora Madrid besteden aan sociale uitgaven voor de zwaar door de crisis getroffen stadsbewoners.

Die schuld was in de twaalf jaar daarvoor onder conservatieve burgemeesters verachtvoudigd tot 7,5 miljard. Veel van dat geld werd gestopt in prestigieuze bouwprojecten, stelselmatig afgeroomd door netwerken van PP-politici en bedrijven daar om heen. Deze corruptienetwerken, die ook in de rest van Spanje tientallen miljarden hebben onttrokken aan het overheidsbudget, zijn de afgelopen jaren door onderzoeksgroepen aan het licht gebracht.

Het gemeentebestuur van Madrid maakt financiële transacties inzichtelijk, waardoor corruptie onmogelijk wordt. Dat leidt er tegelijkertijd toe dat de uitgaven flink omlaag gaan. Zij stelt de willekeur van de regering aan de kaak: door de PP geregeerde gemeenten blijven buiten schot. De staatssecretaris die nu in Madrid ingrijpt liet als burgemeester van de stad Jaen zelf een gigantische schuld achter. Bovendien, stelt Ahora Madrid, wentelt de regering de gevolgen van haar eigen beleid af op de bevolking. Onder Rajoy is de nationale schuld gestegen van 789 miljard in 2012 tot 1138 miljard nu. De conservatieve regering houdt zich aan het mandaat van de Europese trojka, die in ruil voor het uitkopen van de failliete Spaanse banken verdere deregulering en bezuinigingen op sociale voorzieningen afdwong, maar neemt een hypotheek op de toekomst.

Het net sluit zich steeds dichter rond premier Rajoy zelf. Afgelopen dinsdag getuigde de chef van een fraudeonderzoekseenheid Morocho in het Spaanse parlement. Onder ede verklaarde hij dat de naam van M. Rajoy was opgedoken in de papieren van de zogenaamde ‘Caja B’ die de afgelopen decennia werd beheerd door PP-penningmeester Barcenas, en waar overheidsgeld werd doorgesluisd voor PP-verkiezingscampagnes en naar hoge PP-politici. Morocho sprak van ‘corruptie in pure vorm’.

Terwijl in iedere fatsoenlijke democratie politici die in opspraak komen allang zouden zijn afgetreden, blijft Rajoy gewoon zitten. Daarbij geholpen door een rechtssysteem en een medialandschap dat volledig gepolitiseerd is. De Partido Popular is, net als de sociaaldemocratische PSOE met wie de PP de afgelopen veertig jaar stuivertje wisselde, sinds 2014 vrijwel gehalveerd. Op dit moment regeert de PP met 33% van de stemmen, gedoogd door de PSOE en het centrumrechtse Ciudadanos. De Constitutie van 1978 is zo ingericht dat de grote partijen disproportioneel veel parlementszetels krijgen en ook met een minderheid kunnen regeren, en die centralistische macht kunnen gebruiken om regio’s en steden te disciplineren.
Bovendien stelt de regering rechters aan, onder meer van het Constitutionele Hof dat de Grondwet interpreteert. De willekeur van de Spaanse justitie uit zich onder meer door het in hechtenis houden van de afgezette Catalaanse ministers, terwijl van corruptie beschuldigde PP-ers vrij rondlopen.

Ook benoemt de regering de directeur van de invloedrijke nationale televisie TVE, die schaamteloos propaganda voert en nieuws uit zijn verband rukt. De parlementaire getuigenis van Morocho werd doodgezwegen, zoals vaker het geval is als het de regering onwelgevallige actualiteit betreft. Veelvuldig protest van TVE-medewerkers wordt stelselmatig genegeerd.

De verklaringen van Rajoy dat Spanje een van de best werkende democratieën ter wereld is, leiden in Spanje tot veel bitterheid. De roep om hervorming van het constitutionele bestel in Spanje neemt toe. In dat opzicht komt de polarisatie tussen de Spaanse nationalisten in de regering-Rajoy en de Catalaanse ‘indepentistas’ – de PdeCat partij van Puigdemont was een voormalige bondgenoot van de PP en eveneens geplaagd door corruptieschandalen – beide goed uit. Dat leidt de aandacht af.

Europa zou meer moeten aandringen op constitutionele hervorming in Spanje, richting meer democratie, grotere transparantie, meer autonomie voor steden en regio’s, aanpak van corruptie en scheiding der machten. De politieke ‘families’ die de Transitie van 1978 hebben afgedwongen – de christendemocratische EVP waar de Partido Popular toe behoort en de sociaaldemocratische PES met de PSOE – steunen hun Spaanse bondgenoten, die het meest baat hebben bij de afspraken van toen. Maar dat is korte termijn politiek. Het in het zadel houden van de regering-Rajoy is ook voor Europa riskant. De autoritaire lijn van de PP-regering heeft al geleid tot de Catalaanse crisis. Als daar nog eens een nationale politieke crisis overeen komt, zou Europa wel eens verder van huis kunnen zijn.
Annotaties:
aanmelden / inloggen