Door community (initieel Best Well), Op vri 15 dec 2017 23:54, 1 reacties, nieuws

Heb je kritiek op de islam? Dan ben je een racist. Het is intimidatie.



‘Het woord islamofobie is bedacht om ons wijs te maken dat er iets mis is met ons.’ ‘Wij gaan er te veel van uit dat de hele wereld ons haat, en dat wij dat verdiend hebben’
Volgens sommige criticasters van het begrip islamofobie zou het begrip in de jaren zeventig van de vorige eeuw bedacht zijn door, toen, de leider van de Iraanse geestelijken, ayathollah Khomeiny. Zo zou hij ieder debat over islam hebben willen blokkeren. Zo stelde bijvoorbeeld Pascal Bruckner dat in een interview met Kleis Jager in Trouw en deed Corine Vloet dat nog eens dunnetjes over op Jalta.nl. Een variant hierop luidt dat de term islamofobie is bedacht door de Organisatie Islamitische Conferentie (OIC). Beide versies kunnen echter naar fabeltjesland verwezen worden ook al hebben de OIC en Iraanse geestelijken wel degelijk geprobeerd kritiek op islam op allerlei manieren te weren.

De term islamofobie wordt in ieder geval al gebruikt in 1910 in het boek van Alain Quellien La politique musulmane dans l’Afrique Occidentale en het artikel van Maurice Delafosse, L’état actuel de l’Islam dans l’Afrique occidentale française (Revue du monde musulman, vol. XI, n°V, 1910, p. 53). Delafosse ziet islamofobie als een vorm van bestuur (of onderdeel van bestuur) van kolonies dat berust op een onderscheid tussen religies. Hij zet het begrip tegenover islamofilie. Quellien’s bijdrage is een verkenning en analyse van dan bestaande en historische vooroordelen tegenover islam als de vijand van vooruitgang, christenen en het Westen.

Vaak wordt ook verwezen naar het boek uit 1918, Het leven van Mohammed – de Profeet van God, van Etienne Dinet en Sliman Ben Ibrahim. Zij gebruikten het in dit werk en latere werken om de vijandigheid van Europa tegenover islam te bespreken en de rol die ‘islamofoben’ aan de kaak te stellen. Dit werk is in het Engels vertaald, maar de term islamofobie is niet als zodanig in die vertaling opgenomen. In het Engels duikt de term voor het eerst in 1925 op (Stanley A.Cook,Chronicle. The history of religions, Journal of Theological Studies, n°25, 1924, p. 101-109, zonder verwijzing naar de Fransen) en later weer in 1976 (Georges C. Anawati, Dialogue with Gustave E. von Grynebaum, International Journal of Middle East Studies, vol. 7, n°1, 1976, p. 12). Het moge vanzelfsprekend zijn dat de term niet overal hetzelfde betekent en de term wordt bijvoorbeeld ook wel gebruikt om de angst van moslims tegenover islam aan te geven en dus niet alleen de angst van niet-moslims. Ook in oudere teksten wordt al aangegeven dat het argument van islamofobie soms wordt ingezet om kritiek op islam te blokkeren. Daarmee is de ontwikkeling van het begrip erg veelzijdig en niet altijd even helder net zoals dat ook het geval is met termen als homofobie en anti-semitisme.

Popularisering
De term lijkt pas echt bredere ingang te vinden (als vijandigheid van niet-moslims ten opzichte van moslims / islam) gedurende de jaren ’80 in Engeland ongeveer tegelijkertijd met de sterke groei van een anti-racisme vertoog in die tijd waarin vooral gefocused werd op zwarte burgers en racisme in Engeland. Tegelijkertijd werd ook, binnen de migrantengemeenschapen, de focus op hun etnisch-culturele achtergrond groter waarbij Pakistanen bijvoorbeeld werden gecategoriseerd als Asian en later ook als Muslim. De term islamofobie had dan ook voor moslims het voordeel zich in dat anti-racisme vertoog in te kunnen voegen en tegelijkertijd een aparte positie te kunnen claimen. Later na de Rushdie Affaire werd de focus op moslim belangrijker en won de term islamofobie verder aan populariteit, zeker toen in het 1997 gepopulariseerd werd door het rapport van deRunnymede Trust.

Het moet voor schrijvers als Bruckner en Vloet overigens niet zo moeilijk zijn geweest om dezelfde informatie op te duiken via google. Diverse Franse en Engelse sites geven dezelfde informtie, alleen de daadwerkelijke bronnen zijn iets moeilijker te achterhalen. Maar het is niet natuurlijk wel zo makkelijk om niet te zoeken of het gewoon niet te vermelden. Het idee dat het is verzonnen door Khomeiny (of all people!) is in veel stukken vaak de opmaat om te stellen dat islamofobie niet bestaat, niet zo erg is of een zoveelste voorbeeld is van moslims die lange tenen hebben en geen kritiek op islam dulden. Het is dan ook vaak het begin van een langer betoog om het hele begrip de prullenbak in te gooien. Dat is natuurlijk al per definitie onzin. Immers, aangezien ook anti-semitisme soms wordt gebruikt als afweer tegen Israël of als afweer tegen kritiek op het Jodendom, is er niemand die gaat beweren dat anti-semitisme daarom onzin is, niet bestaat of terecht is. Het is ook niet voor niets dat schrijvers die beweren dat islamofobie door de OIC of Khomeiny is uitgevonden nooit een equivalent van dat woord in het Arabisch of Farsi geven: dat bestaat namelijk niet. Er bestaan wel termen die erop lijken (meestal komen die neer op vijandigheid ten opzichte van islam), maar als Khomeiny en OIC gebruik hebben gemaakt van de term islamofobie dan hebben ze een Europees woord dat er al was gebruikt.

Er valt nog meer over te zeggen natuurlijk, maar van belang is dus dat de term geen recente term is en niet is uitgevonden om kritiek op islam onmogelijk te maken. En al helemaal niet door Khomeiny want die was als achtjarige in 1910 vast met heel andere dingen bezig.

Mythe twee: Islamofobie is angst voor islam
Wanneer mensen die aan het hele verschijnsel islamofobie twijfelen, de term gebruiken is dat meestal in termen van ‘angst’. Veel voorstanders van de term doen dat ook. Islamofobie zou dan een irrationele angst zijn voor islam net zoals mensen een irrationele angst kunnen hebben voor hoogte, spinnen, enzovoorts. Waar we in de vorige aflevering de mythe dat de term islamofobie bedacht was door Khomeiny of OIC om kritiek op islam te blokkeren makkelijk konden ontzenuwen, ligt het hier wat genuanceerder.

Het treinincident
Op 1 november 2005 worden twee mannen gearresteerd in een internationale trein naar Amsterdam. De andere passagiers hadden de politie gebeld, omdat de mannen (met verwijzing naar een ‘Arabisch uiterlijk’ en ‘djellaba’s) zich verdacht zouden gedragen en bijvoorbeeld met grote rugtassen samen een wc in zouden zijn gegaan. De trein werd stilgezet, alle passagiers moesten eruit en de twee mannen werden gearresteerd en gemaskerd afgevoerd. Uiteindelijk bleek het loos alarm en de mannen zijn gewoon vrij gelaten en er was helemaal geen sprake van terreurdreiging. Het incident vond plaats enkele maanden na de aanslagen in Londen, bijna een jaar na de moord op Van Gogh, ongeveer anderhalf jaar na de aanslagen in Madrid en wat meer jaren na Casablanca, Bali en 9/11.

Opvallend genoeg staat dit incident nog steeds op enkele plaatsen genoteerd als ‘terrorisme gerelateerd incident‘ terwijl het beter gerangschikt kan worden als een manifestatie van islamofobie. Is hier sprake van een irrationele angst? Jazeker, er was niks aan de hand. Maar is iemand daarmee ook islamofoob? Het is wel een logisch idee gegeven het feit dat fobie staat voor (irrationele) angst en omdat dat idee ook is gepropageerd door de Runnymede Trust die de term islamofobie populair heeft gemaakt als begrip van afkeer van islam en moslims. En omdat angst natuurlijk wel degelijk een rol kan spelen. Maar het gaat hier niet (alleen) om een psychologische angst net zoals dat bij homofobie en xenofobie (waar dergelijke semantische discussies meestal niet over gevoerd worden) evenmin het geval is.

Het gaat hier om een sociale angst of sociale paniek waarbij en waardoor specifieke intolerante en gewelddadige handelingen van bepaalde moslims worden gezien als typisch en essentieel voor islam. Deze stereotype en stigmatiserende definitie van islam wordt daarbij van toepassing verklaard op alle moslims (en als ze daar niet aan voldoen dan zouden ze islam gewoon niet goed begrepen hebben). Nu worden moslims die terroristische acties plegen vaak afgeschilderd als haatbaarden, wordt de nadruk gelegd op uiterlijk en de taal die ze spreken en andere moslims die ook een baard dragen, een specifiek uiterlijk hebben en mogelijk Arabisch spreken raken verbonden met dat stereotype.

Islamofobie als sociaal-maatschappelijk fenomeen
Angst is daarbij slechts een deel van het fenomeen. Het gaat om angst, afkeer en vijandigheid ten opzichte van een eenzijdig en stigmatiserend beeld van islam en het idee dat die versie van islam alle ‘slechte’ handelingen en gedragingen van moslims zou verklaren omdat zij slechts zouden doen wat die stigmatiserende invulling van islam hen voorschrijft. Die stigmatiserende invulling wordt daarbij gebruikt om een onderscheid te maken tussen een ‘wij’ groep en moslims (zij, de Ander). Het gaat daarbij om het scheppen van een rooskleurig ideaalbeeld van ‘wij’ (als vrijheidslievend, nooit onschuldige burgers aanvallen, tolerant, ge-emancipeerd en niet gewelddadig) door moslims en/of islam als precies het tegenovergestelde af te schilderen. Dat maakt de moslims niet alleen anders, maar ook slechter. Of in ieder geval de islam is dan slechter en moslims die niet aan de stigmatiserende definitie van islam voldoen zijn in deze optiek slechte moslims [want doen niet wat de islam zou voorschrijven] maar goede geintegreerde [want bijna net als ‘wij’] burgers.

Islamofobie is daarmee geen psychologische term die iemands gemoedstoestand beschrijft, maar een sociaal-wetenschappelijke term die specifieke maatschappelijke processen van in- en uitsluiting ten opzichte van moslims beschrijft. Islamofobie is dus geen pathologische angst voor islam als religie, het is geen kritiek op islam, het is geen afkeer van moslims die terroristische daden verrichten, islamisten of welke andere groep dan ook die verbonden wordt met islam. Uiteindelijk gaat het om een geheel van vooroordelen, stereotypen en discriminatie van moslims die gebaseerd is op een eenzijdig negatieve en stigmatiserende invulling van islam. Na 9/11 is het politieke debat over moslims en islam steeds meer gedomineerd door thema’s als geweld en intolerantie en er is vrijwel geen politieke partij die islam (in deze abstracte vorm los van de context) niet ziet als probleem. Binnen die context is de actie van de medepassagiers in de trein volkomen logisch (want niet wil zeggen dat het ook goed is): in een context waarin mensen voldoen aan het stereotype haatbaard zoals dat door politiek en media verspreid wordt roepen de gedragingen van de mannen exact de stereotypes op van de gevaarlijke terrorist.

Angst als legitimering
De opvatting dat islamofobie angst is voor islam wordt daarbij ook nogal eens gebruikt als legitimering voor islamofobie. Er wordt gesteld dat islamofobie niet bestaat want angst voor islam is logisch (en daarmee niet irrationeel) of er wordt gesteld dat islamofobie goed is want angst voor islam is logisch. Daarbij wordt dan verwezen naar allerlei gewelddadigheden en andere vormen van intolerantie door moslims die vervolgens worden toegeschreven aan de essentie van islam waardoor het ook andere moslims betreft. Soms wordt gesteld dat afkeer van islam ok is, maar vandalisme van moskeeën en dergelijke worden gezien als uitingen van gekkies of extremisten en zouden dan niets met de negatieve invulling van islam te maken hebben.

We zien hier dezelfde loskoppeling van islam en moslims die we ook zien in het debat over islam. Het is een eenzijdige loskoppeling aangezien bepaalde daden van moslims (bijvoorbeeld van mensen die in Syrië vechten) gebruikt worden om aan te tonen hoe slecht islam zou zijn (en moslims en islam dus wel aan elkaar gekoppeld worden), maar daden tegen moslims zouden dus niets te maken met het stigmatiserende beeld van islam (dat zich uitstrekt naar moslims)? Een dergelijk argument zou ook betekenen dat haatzaaierij over islam geen gevolgen zou hebben op gedrag van mensen ten opzichte van moslims; je vraagt je af waarom mensen dan haatzaaien of kritiek uitoefenen op islam. Of zien ze alleen de gevolgen die zij als positief waarderen als consequentie van hun haatzaaierij en niet de negatieve gevolgen?

Naar een definitie

Nu is er onder islamofobie-onderzoekers behoorlijk wat verschil van mening over hoe islamofobie dan wel gedefinieerd moet worden. In deze kringen is men al lang afgestapt van het idee dat het (alleen) gaat om een pathologische angst, maar niet iedereen kwalificeert het direct onder racisme en er wordt ook gewezen op de rol van secularisering dat de positie van religie per definitie verandert. In het algemeen komen de meeste definities neer op het volgende: islamofobie is het construeren van een negatieve, generaliserende en essentialistische definitie van islam die leidt tot het maken van een hiërarchisch onderscheid tussen niet-moslims en moslims. Dit gebeurt om de moslims als groep te problematiseren op basis van hun religie.


Mythe drie: Islamofobie is geen racisme want….moslims / islam zijn geen ras!
Dat moslims / islam geen ras zijn, is alleen een zinnige opmerking als men daadwerkelijk gelooft dat de mensenwereld is onder te verdelen in duidelijk van elkaar te onderscheiden rassen. Dit is wetenschappelijk allang achterhaald. Waarom wordt het dan toch zo vaak herhaald?

Het standpunt ‘islam is geen ras’ moet op drie manieren worden begrepen. Allereerst is het een veroordeling van racisme zelf. Het is tegenwoordig in brede kring niet geaccepteerd om racistische standpunten te uiten; een sterk geïnternaliseerd idee dat er voor zorgt dat mensen ook oprecht beledigd kunnen zijn om de stelling dat men wél racistische standpunten huldigt.

Ten tweede gaat het uit van een modern begrip van religie als vrije keuze. Moslims kiezen voor islam en (zo zit er vaak achter) dat is een slechte zaak want moslims en islam (in hun abstracte generaliserende geheel) staan op gespannen voet met onze cultuur. Dus door het kiezen voor islam, kiezen ze niet voor integratie en meer nog bedreigen ze onze cultuur door de islamisering. En dat laatste is een slechte zaak want de ‘eigen cultuur’ is beter, superieur. We zien dus hier de paradoxale opvatting dat de ‘eigen cultuur’ superieur is aan islam, maar ook zeer kwetsbaar is ten opzichte van die islam. Om dat aan te tonen worden meestal voorbeelden getoond van zaken als eerwraak, vrouwenbesnijdenis en andere vormen van geweld, intolerantie en vrouwenonderdrukking die typisch zouden zijn voor islam.

lees verder via de link
Annotaties:
| #261474 | 16-12-2017 00:11 | Best Well
Klik ook eens op het Archief , dit is een van de door vandalisme verdwenen artikelen.
Best Well's avatar
aanmelden / inloggen