Door community (initieel Hannus), Op din 29 nov 2011 15:08, 1 reacties,    

Iedere provincie in China is een Griekenland

Slecht nieuws voor iedereen die hoopt dat de Chinezen in deze tijden van crisis Europa te hulp zullen schieten met hun enorme valutareserves: De Chinezen zitten volgens de hoogleraar financiën aan de universiteit van Hong Kong Larry Xianping zelf tot hun nek in de schulden.

Alleen al in 2010 investeerden de Chinese machthebberts 27,8 biljoen yuan in verschillende bouwprojecten. De belastinginkomsten bedroegen dat jaar slechts 8 biljoen yuan. Het verschil 19,8 biljoen yuan, leende de verschillende instanties bij de banken.

Niet één kanton is nu in staat haar financiële verplichtingen na te komen. Ze zijn niet eens meer in staat om de rente over hun schulden te betalen. Als gevolg daarvan balanceert de Chinese economie op de rand van het bankroet.

De eerste die moest toegeven dat ze haar leningen niet meer kon aflossen, was de provincie Yunnan. Yunnan werd al snel gevolgd door de provincies Sichuan en Guangdong en kort daarop door Shanghai. Het arrondissement Fengxian in Shanghai staat er het beroerdst voor met een schuldenlast van 200 procent. In China is iedere provincie een Griekenland, aldus Xianping. De schulden van Griekenland zijn lager dan de schulden van Hongkou (een district in het centrum van Shanghai).

“Eigenlijk hebben we niet eens geld om de lonen en salarissen tot het eind van het jaar te betalen,” verklaarde een ambtenaar van de stad Zhengzhou.

Larry Xianping, die een populaire talkshow over economie presenteerde bij TV1 in Shanghai onder de naam «Larry Lang Live», sprak zijn onverbloemde analyse op 22 oktober uit achter gesloten deuren tijdens een lezing in de stad Shenyang, in het noorden van China. Hij had het publiek uitdrukkelijk verzocht om geen audio- en video-opnames te maken. Media werden niet toegelaten. Toch lekte via YouTube een stiekem opgenomen audio-opname uit.

De Epoch Times publiceerde stukken uit de toespraak. Volgens de krant baseert Lang zijn prognose van de op handen zijnde Chinese ineenstorting op vijf zaken:

Om te beginnen, heeft China een schuldenberg opgebouwd van ongeveer 36 biljoen yuan (US 5680 miljard dollar). Lang kwam op dit bedrag door de schulden van de Chinese lokale overheden (tussen 16 biljoen en 19,5 biljoen yuan, of US $ 2,5 biljoen en $ 3 biljoen) op te tellen bij de schulden die staatsbedrijven (16 biljoen) hebben.

Ten tweede, is het inflatiecijfer van 6,2 procent dat het regime rondbazuint, larie. De inflatie in China is in werkelijkheid 16 procent. De reële economische groei moet worden berekend door de inflatie af te trekken van de groei van het bruto binnenlands product. Het BBP in China is met 9,1 procent gegroeid. Een buitengewoon mooi cijfer, oppervlakkig gezien althans. Het regiem wekt er de indruk mee dat het met de economische ontwikkeling crescendo gaat. Maar de inflatie is vele malen hoger: 16 procent. Er is dus eigenlijk sprake van een «negatieve economische groei» of in andere woorden de Chinese economie is in werkelijkheid in recessie.

Het derde onheilspellend signaal is de z.g. «ernstige overcapaciteit». Als gevolg van de financiële crisis in 2008, kelderde de Chinese export in een maand tijd van 30 procent naar -2,2 procent. In 2009 daalde de export verder met 16 procent. De binnenlandse particuliere consumptie steeg niet evenredig daaraan. De interne markt kon slechts de helft van de «overproductie» absorberen. Bedrijven bleven daarom met hun producten zitten.

De Purchasing Managers Index is gekelderd naar een nieuw dieptepunt van 50,7 een indicatie dat de Chinese economie op het punt staat om in recessie te belanden.

Ten vierde is de groei van het BBP met 9 procent, dat het regiem officieel opgeeft, sterk geflatteerd. Volgens de gegevens van Lang is het Chinese BBP 10 procent gedaald.
Om het BBP een gunstiger aanzien te geven, werden overal openbare werken in uitvoering genomen. Niemand bekommerde zich erom of die projecten ook echt nodig waren, of ze rendabel zijn. Het enige wat telde was dat ze het BBP omhoog zouden drijven. Overheden en staatsbedrijven leenden hiervoor 20 miljard yuan en kunnen dat geld nu niet meer terug betalen.

De bouwwerken die overal in China uit de grond schieten, geven een bedrieglijk beeld van een groeiende economie. In werkelijkheid leveren deze investeringen slechts verlaten tolwegen, leegstaande steden en een schuldenberg op.

70 procent van de groei van het Chinese BBP kwam tot stand dankzij projecten die de overheid financierde. Dat lijkt sterk op de situatie in de Sovjet-Unie, kort voor de ineenstorting. Toen werd daar 70 procent van het BBP gerealiseerd door de opbouw van het militaire apparaat. Zulke investeringen leveren een land geen inkomsten op.

En ten vijfde is de belastingdruk in China idioot hoog. China leeft niet van zijn opzienbarende BBP, maar van belastingopbrengsten. Aan de hand van statistieken uit 2010 toonde Lang aan dat 70 procent van de winst van Chinese bedrijven naar de belasting gaat. (De belastingdruk voor individuele burgers bedraagt 51.6 procent.)

Maar die melkkoetjes gaan in een verontrustend snel tempo voor de bijl. In de provincie Guangdong bijvoorbeeld gingen in 2008 20 tot 30 procent van alle kleine en middelgrote ondernemingen failliet. Veel kleine en middelgrote bedrijven verkeren op dit moment in grote problemen. In 2010 ving een nieuwe crisis aan in de Chinese industrie. Verwacht wordt dat in deze ronde 40 procent van de kleine en middelgrote ondernemingen het loodje zal leggen.

Bij een onderzoek dat werd gehouden door nationale school voor ontwikkeling van de Universiteit van Peking, gaf meer dan 70% van de respondenten aan dat ze in de komende zes maanden geen winst of kleine verliezen verwachtten. 3,29% vreesden grote verliezen te zullen lijden. Bij slechts 33% van de respondenten draaide het bedrijf op volle capaciteit en 27% antwoordde dit jaar op halve kracht te hebben gedraaid.

Naast belastingen haalden de Chinese overheden het afgelopen decennium veel geld op bij vastgoedontwikkelaars. Land, dat op het Chinese platteland vaak nog collectief eigendom is en onroerend goed, dat gemeentebesturen hadden geconfisqueerd, verkochten ze voor hoge prijzen aan projectontwikkelaars uit Hongkong en Taiwan. Volgens een onderzoek van de Renmin Universiteit in Beijing werd bij die landonteigening in 70% van de gevallen geen yuan ter compensatie aan de gebruikers of de eigenaren uitgekeerd.

De tijden dat er schier onuitputtelijke inkomsten uit vastgoed bleven binnenstroomden, zijn echter voorbij. Er is een zeepbel van onroerend goedprijzen ontstaan en die staat nu op het punt te barsten. Ook het aantal opstanden van onteigende Chinezen begint het regiem zorgen te baren. De frustratie over machtsmisbruik en corruptie is in China net zo groot als in het Midden-Oosten. De onrust zou zomaar uit kunnen groeien tot een massabeweging. Gewoon grond inpikken kan niet meer.

Voor de Chinese banken zijn de gevolgen van het inzakken van de vastgoedmarkt in China en het niet nakomen van de financiële verplichtingen door provincies en de steden, niet te overzien. De Chinese regering verhoogde het afgelopen jaar de normen voor de kapitaalreserves die banken moeten aanhouden, al vijf keer.

Het is beslist niet vergezocht, om – zoals Lang doet – te stellen dat de Chinese economie in een onoplosbare situatie is terecht gekomen, aldus Professor Frank Xie. Officiële cijfers kun je in China niet vertrouwen, zeker die van lagere overheden niet, voegde hij daaraan toe. Vice-premier Li Keqiang gaf dat laatste onomwonden toe tegenover een Amerikaanse diplomaat.

Lang kreeg verder bijval van de econoom en voormalig adviseur van Zhao Ziyang, Cheng Xiaonong. “Maar weinig geleerden in dit land durven, zoals Lang, hun mond open te doen,” zei hij. “Hij kan dat waarschijnlijk doen omdat hij professor is in Hong Kong.”

De vice-directeur van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, Chen Jiangui, gaf onlangs toe dat de regering in Beijing geen volledig beeld meer heeft van de economische toestand. De problemen groeien haar boven het hoofd en aan de horizon doemen dramatische economische en sociale catastrofes op.

“Als de economische tsunami begint, zal het regime zijn geloofwaardigheid verliezen en China het armste land ter wereld worden.” “Wat ik u vertel is allemaal waar, aldus Lang “Maar onder dit regiem is het niet toegestaan om de waarheid uit te spreken.”

Maar voor het zover is zullen de Chinezen eerst nog hun buitenlandse reserves aanspreken om hun bankwezen overeind te houden. De bulk daarvan bevindt zich in Amerikaanse waardepapieren; 1.4 miljard dollar. Ook de rest van de wereld kan z’n borst vast nat maken.
Annotaties:
| #176918 | 22-03-2012 17:58 | Make_over
Maar voor het zover is zullen de Chinezen eerst nog hun buitenlandse reserves aanspreken om hun bankwezen overeind te houden. De bulk daarvan bevindt zich in Amerikaanse waardepapieren; 1.4 miljard dollar. Ook de rest van de wereld kan z’n borst vast nat maken.

? Zeker dat dat miljard is? klinkt als peanuts. Pindachinees ;-)
Make_over's avatar
aanmelden / inloggen