Door community (initieel Best Well), Op zon 21 jan 2018 17:32, 0 reacties, nieuws

Israël: landje pikken gaat gewoon door



Met deze post beschrijf ik het ontstaan van Israel en conflicten met de intentie tot een kern te komen. Een zéér lange lezing, maar de historie is indringend, lang en niet eenvoudig.
Gedurende ons leven en opleiding krijgen we flarden mee, en herhalende begrippen vanuit eenzelfde soort perspectief, zodat verder eigen onderzoek noodzakelijk is. Ik vroeg me af waar en wanneer het samen kon komen, maar research moet grondig zijn.

Nu vakantietijd (2014) is een goed moment. Het is geenszins de intentie een samenleving in een daglicht te stellen. Wel een zekere toppolitiek en bewegingen waarbij het tijd wordt voor een completere belichting. Uiteraard kunnen reacties zéér gemengd zijn.

Nog niet zo bijster lang geleden was het thema overgevoelig, maar nu generaties verder met nog altijd veel geweld, zijn geesten er denk ik rijp voor. Ook is het begrip ‘terrorist’ zéér relatief gebleken. Arafat van de Palestijnse PLO kreeg in 1994 immers de Nobelprijs voor de Vrede.

De soevereine staat Israel ontstond in 1948. De aanloop er naar toe, het gedachtegoed en expansie verklaart uiteraard de spanningen.

De onvertelde vertelling
Vele joodse ondernemers werden al vroeg diamant-, goudhandelaar, wisselaar en bankier. Joden waren er toe gedwongen, omdat ze geen zelfstandig beroep mochten hebben. Ze mochten niet bij een gilde, niet in militaire dienst, geen overheidsfuncties bekleden en geen scholing krijgen, als straf van Rome. Christenen was het verboden te woekeren. De handel bleef uiteindelijk voor de joden over.

Waar woekeren voor christenen ‘verboden’ is, heeft de joodse leer er minder problemen mee, omdat zij er van uit gaat dat rijkdom ‘God’ en de mensheid zal dienen. Christenen en ook Moslims geloven dat armoede en leven binnen de gegeven middelen deugden zijn. De kerk of moskee zamelt in voor armen en zorgt voor ze. In het Westen heeft de kerk verloren aan de huidige Westersen kapitalistische samenleving. In Islamitische landen met sterke sociale structuren heeft de moskee nog altijd die rol.
Zo liggen de tradities.

Joodse migratie, assimilatie, vermenging en bekering uit niet-joodse origine is complex, maar door de eeuwen waren vele joodse families vooral gevestigd in gebieden die later Duitsland, Polen, Oostenrijk, Hongarije en Rusland zouden vormen. Hun gevoel van verwantheid is nauw, maar de groepen leefden dus in verschillende maatschappijen waarin ze een hechte kring vormden.

Seculiere joden geloofden in meerderheid dat óf liberalisme óf socialisme (link- of rechtsom) uiteindelijk het antisemitisme zou overwinnen en hen veiligheid en gelijkheid zou bieden waar zij woonden.

Zionsme

De zionistische beweging is weinig cultureel of religieus. Veel joden kregen wel mee ooit terug te kunnen keren naar het gebied waar de koninkrijken Israel en Judah zouden hebben gelegen volgens de geloofsboeken, maar het was geen politiek ideaal.

De ideologie en politieke realisatie is zionisme.

Het verwijst naar de berg Sion, een berg in Jeruzalem waar zich het graf van koning David zou bevinden, waar het Laatste Avondmaal zou hebben plaatsgevonden en waar Maria zou zijn gestorven. Momenteel is het de joodse wijk van de oude stad.

Het politieke zionisme ontstond in het 19de eeuwse Europa onder seculiere joden, en kwam vooral voort uit mislukte emancipatie van joden in Europa, hun afwijkende positie (vooral in niet-productieve beroepen). Moorden op joden en de vernietiging van eigendom door pogroms in Oost-Europa en Rusland namen toe en antisemitisme in West-Europa groeide.

Zionisme uitte zich in het dagelijks leven vooral socialistisch in het gebied ‘Palestina’ vanaf ca. 1920 tot in de jaren 70 van de 20e eeuw. Aanvankelijk werd een socialistische maatschappij ontwikkeld en benadrukte dat joden zich de productieve beroepen in landbouw en industrie (weer) eigen moesten maken om een volledige, zelfvoorzienende natie te kunnen vormen.

Uit die gedachte ontstonden de vele kibboetsen als nederzettingen en samenlevingsvorm. Op de achtergrond werd de beweging echter continu sterk gekapitaliseerd door liberaal zionisme aan de supertop van internationale politiek en financiën.

Het zionisme werd een politieke nationale beweging en ideologie en in feite dus staat voor een eigen zelfvoorzienend thuisland, maar zonder assimilatie van anderen.

Het eeste zionistische congres werd gehouden eind augustus 1897 te Bazel. De oprichter en 1ste voorzitter was Theodor Herzl, een Oostenrijks-Hongaarse journalist, poltiek publicist en activist. Eind 1895 schrijft Herzl het boekje ‘Der Judenstaat’.

In 1899 richtte Herzl in Londen de Jewish Colonial Trust op, met als doel geld beschikbaar te stellen voor grondaankopen in Palestina. Hij bleef onvermoeibaar lobbyen bij invloedrijke diplomaten en rijke joodse bankiers, en zelfs het Vaticaan ontving hem.

Aanvankelijk had het zionisme in de joodse gemeenschap weinig aanhang en vond het zelfs verwerpelijk, omdat (vanuit orthodox joods geloof) volgens de Talmud joden in ballingschap leefden als straf en niet massaal mochten optrekken naar Eretz Yisroel (het land Israel) vóór verschijning van de nieuwe messias. Volgens de Talmud mag het volk ook niet rebelleren tegen de volken van ballingschap, maar de volken van ballingschap mogen joden ook niet vervolgen. Aanvankelijk was van massale vervolging ook geen sprake. Wel was integratie mislukt.

Maar met name toenemende moorden op joden en vernietiging van eigendom door pogroms in Oost-Europa en Rusland maakten de joodse kwestie urgent, maar ook in West-Europa groeide het antisemitisme.

Het zionisme was nationaal, politiek, seculier ideologisch en had weinig met geloof. En liberale zionisten zagen er simpelweg geen verdienmodel in. De zionistische beweging wilde allereerst een zelfvoorzienend, autonoom veilig thuisland zonder assimilatie met niet-joden.

israél

Hoewel Herzl ook een gebied in het huidige Oeganda en zelfs Alaska had voorgesteld, koos het zionistische congres paradoxaal genoeg wel de gebieden die zich door de eeuwen heen als ‘Filistin’ en ‘Jordan’ had gevestigd (ca. het huidige Israel en het uiterst Westelijke deel van Jordanië). Volgens de Hebreeuwse Bijbel, en daarmee ook het Oude Testament van de christelijke Bijbel bestond daar het koninkrijk Israel en de stad Samaria met ivoren paleis van ca. 930 tot 722 v.Chr.

Volgens die bron was het gebied tussen 1200 en 1100 v.Chr. door de Israelieten veroverd onder leiding van Jozua, de politieke opvolger van Mozes. Echter was er geen eenheid onder de 12 stammen. Eenheid ontstond door het verenigde koninkrijk dat ontstond toen Saul tot koning over het volk Israel werd gezalfd, omstreeks 1025 v.Chr. Gebieden (ook door gelovigen) werden veroverd met geweld.

Overigens bestond geen gespannen verhouding met Islam, Islam bestond in het geheel niet in die tijd.
In die regio waren mensen vooral allen Arabier. Dorpen en stammen bevochten elkaar voor verovering van grond en middelen van bestaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat alle heilige boeken spreken over koning Achab en zijn ivoren paleis. De bijbel komt voort uit de Heeuwbreewse heilige boeken en de Koran vindt z’n bron daar deels eveneens.

Archeologie heeft het bestaan van de stad en paleis bevestigd, maar waar de geloofsboeken spreken over 6 koningen die begraven zouden zijn, werden slechts 2 graftombes gevonden.

Waar of niet waar, en geloven of niet geloven, feit was dat het gebied zich door de eeuwen heen op die plaats had ontwikkeld. Die bevolking had niets te maken met de Filistijnen, een zeevolk dat zich rond de 13de eeuw v.Ch. ten noorden van Kanaän vestigde.

Kanaän in brede zin: joden zouden zijn gemigreerd van de woestijn tussen Egypte en Kanaän naar Kanaän. Een periode in de Exodus volgens Bijbelse zin. Archeologisch zijn er al sinds de jaren 60 helemaal geen aanwijzingen voor massale Egyptische slavernij en ontsnapping naar de woestijn. De cultuur van de 1ste Israëlietische vondsten is Kanaänitisch volgens de archeologen, maar het onderscheid is dat in die dorpen geen resten van varkens werden gevonden. In de joodse spijswetten mag eten van varken niet.

Traditionele bijbeluitleggers wijzen er vaak op dat soms ook wordt gedacht dat Egyptenaren slaven hielden die zich in Kanaän bij hun familie vestigden. Hoe dan ook, de dorpen waren Kanaänitisch en gevechten tussen de dorpen en stammen waren niet zo bijzonder in die tijd. De bevolking daar was allereerst Arabier in diverse stammen en dorpen. Ze bevochten elkaar en dreven ook slavenhandel, etc.
De gezamenlijk god van de dorpen zou zijn: El (ofwel ‘god’). Ze waren kennelijk monotheïsten.

Interssant is steeds voortschrijdend DNA-onderzoek. De allerlaatste deelrestanten van homogene DNA-sproren kunnen terug worden herleid naar maximaal 4 moeders die leefden in en rond het gebied van Kanaän. De dorpen mengden vanaf het begin volgens dat onderzoek, ondanks ook gevechten. Later zou Kanaän zijn vervallen volgens archeologen (van de jaren 60 al) en konden de dorpen die geen varkens hielden hun iets andere wijze van geloof verder ontwikkelen in het zuidelijk deel dat Judah zou worden. Daar ontwikkelden zij als Judeërs verder hun eigen geloof.

De Filistijnen vestigden zich rond 1200 en 1175 v.Chr. ten zuiden van Kanaän aan de zee, vanuit de Middelandse Zee (zeevolk). Ze bouwden 5 stadstaten waaronder Gaza, omdat ze vooral stadsmensen waren. De kanaänieten waren nog onverenigde stammen, maar archeologisch is sprake van culturele assimilatie. De Filistijnen dreven als eenheid actief handel over zee en beperkter met Kanaän. Ze waren het welvarenst in de regio (in tegenstelling tot wat de geloofsboeken suggeren). De 2 volken hadden niets van elkaar te vrezen. De Bijbel vermeldt in ‘Genesis’ al vóór 1200 v. Chr. Filistijnen, maar archeologisch heeft het geen waarde, omdat de term werd gebruikt uit latere tijd.

Egypte zag wél dreiging onder Ramses III en viel de Filistijnen aan, maakte ze krijgsgevangenen die later als huurlingen werden ingezet om de oostgrens van Egypte te beschermen. Onder deze aanvallen werd een deel van Kanaän verwoest dat later Israël en Judah werd. Later liet Egypte de Filistijnen toe zich weer vestigen die hun steden herbouwden en er ontstond zelfs een Egyptisch verbond met handel.

Verenigd onder Koning Saul kreeg Israel steeds meer de overhand. Het viel echter uiteen met een zuidelijk deel ‘Judah”. De Filistijnen werden later o.l.v. Judah-koning David verwoest. De reden is niet helder, maar gedacht wordt vanwege het verbond met Egypte en de tijd van huurlingen, maar vooral ook omdat hun gebied de belangrijkste handelsdoorgang was. De Bijbelverhalen kloppen archeolgisch in elk geval niet. Onderzoek (al in de jaren 60) wijst eenduidig uit dat de Filistijnen zéér welvarend waren, geen veroveraars, maar handelaars en inlands hadden ze weinig belangen met Kanaänieten, waren wel cultureel met ze geassimileerd en hadden in de regio hegemonie, maar niet militair of politiek inmengend. Wel hadden ze ijzer geïntroduceerd.

Het koninkrijk Judah, zuidelijk van Israel, werd later een vazalstaat van het Assyrische Rijk (tegen koop van zilver en goud). Assyrië liet de Filistijnen heropleven en veroverde de Gazastrook dat strategisch eveneens belangrijk was voor handelsroutes van en naar Egypte. De Filistijnen waren schatplichtig en vochten aan de zijde van Assyrië, en de Judeërs hadden zich laten omkopen met goud en zilver. De koning van Assyrië ging na verovering van Gaza niet over tot deportaties zoals dat gewoonlijk was. De koning van Gaza mocht zelfs terugkomen en Gaza werd een vazalstaat van Assyrië vanwege economische belangen.

Kort daarna werd het Midden-Oosten in z’n geheel veroverd door supermacht Babylon. Deze vernietigde de 1ste tempel van Jeruzalem (ca. 587 v.Chr.) en begon de joodse dispora (uitzaaiing). Een deel van Judah ging naar Egypte (verklaart de DNA-afwijking van joodse migratie naar Spanje); het grootste deel in ballingschap naar Babylon. Daar werden de Judeërs ondergebracht in afgesloten nederzettingen, waardoor zij hun tradities en religie binnen een omgeving met een ander geloof konden bewaren. Deze levenswijze, als minderheid met een eigen joods geloof en vaak ook met een andere juridische status dan andere bevolkingsgroepen, is het karakteristieke aan de joodse dispora.

Later keerde een deel terug naar hun geboorteland waarna het werd veroverd door de Grieken. Judah werd een tempelstaatje, bestuurd door de hogepriester. Een deel van de joden (meestal rijkere elite) helleniseerde en ging Griekse namen voeren. Orthodoxe joden werden opstandig o.l.v. de Hasmoneese familie. De opstand leidde uiteindelijk tot de vorming van een onafhankelijk joods koninkrijk, bekend als de Hasmoneese dynastie in Judah.

Vanaf 63 v.Chr. was Judah een vazalstaatje onder Romeins gezag. De herinnering aan de onafhankelijke joodse staat bleef springlevend. De Romeinen waren niet geliefd. Omgekeerd hielden veel Romeinse procuratoren geen rekening met joodse zaken. In 66 na Chr. brak daarom de 1ste joodse oorlog uit. Het relatief ongeorganiseerde en innerlijk verdeelde verzet werd geconfronteerd met de Romeinse overmacht. Onder aanvoering van Vespasianus en diens zoon Titus Flavius sloegen de Romeinen ongenadig toe: onderweg naar Jeruzalem brandden ze alles plat. De Romeinen verwoestten de Tempel van Jeruzalem en stalen volgens sommige verslagen artefacten uit de tempel, zoals de Menora, die op de Titusboog in Rome staat afgebeeld.

Joden die niet in Judah bleven, weken veelal uit naar veiliger oorden, wederom o.m. naar de joodse gemeenschap in Babylon. In 132 kwam het opnieuw tot een treffen met de Romeinen (2de joodse oorlog). De jood Sjimon bar Kochba probeerde opnieuw te komen tot een joodse staat zonder Romeinse overheersing. 3 Jaar later sloeg Julius Severus de opstand neer met veel verwoestingen in Judah. Bovendien bepaalde hij dat joden niet langer Jeruzalem mochten binnengaan. Het lijkt er echter op dat deze bepaling niet lang is nageleefd.

Rabbijnen die de Joodse Opstand van 70 na Chr. al hadden overleefd, begonnen al in Jabne en later ook in Tiberias scholen te vormen, waarin zij het jodendom opnieuw doordachten, omdat er geen tempel meer was. Ook verzamelden zij de Farizeese tradities, die tot dan toe mondeling waren doorgegeven. Van blijvend belang was de ontwikkeling van de interpretaties van de Thora die in de Misjna op schrift zijn gesteld (plm. 200 na Chr.) en die de basis vormden voor de latere Talmud.

Vervolgens kwam het Midden-Oosten onder het Oost-Romeinse Rijk (Byzanthië) waarna het werd veroverd door de Ottomanen, maar de meeste joden waren door de vele eeuwen heen ook al lang gemigreerd (dispora) via het zuiden over Egypte richting Spanje/Europa. In het Noorden linksaf naar Europa en rechtsaf richting Rusland. Migratie duurde uiteraard vele generaties in die tijd.

Lees verder via de link
Annotaties:
aanmelden / inloggen