Door Mr. Q, Op vri 12 nov 2010 20:05, 1 reacties,    

Kattentong trotseert zwaartekracht

Even een luchtig wetenschappelijk nieuwsbericht:

Zowel katten als honden lijken te drinken door water met hun tong omhoog te lepelen. Maar de drinktechniek van een kat blijkt veel geraffineerder te zijn. De kat trekt met het puntje van zijn tong water omhoog in een uitgekiende balans tussen snelheid versus zwaartekracht.

Katten zijn extreem lenige dieren die dankzij hun grote staart tijdens de meest uitzinnige capriolen perfect in balans blijven. En als ze onverhoopt toch van grote hoogte naar beneden vallen, kunnen ze zich in de lucht zo keren dat ze altijd op hun pootjes terecht komen. Hun soepele lichaam met flexibele ruggengraat kan de enorme klap van de impact opvangen. Maar ook bij iets simpels als water drinken trotseert een kat de zwaartekracht, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek dat deze week in Science staat. Poezen lepelen het water namelijk niet uit hun drinkbak omhoog, zoals honden doen, maar trekken een kolom van water omhoog met het puntje van hun tong.


Cutta Cutta
Het onderzoek bouwt voort op een zeventig jaar oude ontdekking van professor Harold Eugene ‘Doc’ Edgerton van MIT. Hij fotografeerde vanaf 1937 met behulp van een stroboscoop series bewegingen van alledaagse voorwerpen. Dit leidde in 1940 tot de Oscarwinnende korte bioscoopfilm Quicker’n a Wink. Daarin komt, naast onder meer een vallend ei op een draaiende ventilator en een kogel door een gloeilamp, ook Edgerton's kat voorbij die melk drinkt.

Dankzij de stroboscoop is duidelijk te zien hoe het dier tijdens het oplikken van de melk zijn tong recht naar buiten steekt en het puntje naar achteren krult. Door deze J-vorm raakt de bovenkant van de tong als eerste de oppervlakte van de melk. Edgerton dacht dat zijn kat de melk omhoog lepelde op het achterste puntje van haar tong. Maar dat klopt dus niet.

Het onderzoeksteam maakte met een hogesnelheidscamera nieuwe films van de water of melk drinkende poes Cutta Cutta (Aboriginal voor ‘sterren sterren’), het huisdier van een van de onderzoekers. Daarin is duidelijk te zien dat zodra de bovenkant van het uiteinde van de omgekrulde kattentong het wateroppervlak raakt, de kat zijn tong alweer terugtrekt. Dat doet hij op zo’n hoge snelheid dat er een waterkolom ontstaat tussen het puntje van de tong en het wateroppervlak. Op het juiste moment doet hij zijn bek dicht om de bovenkant van de kolom af te knijpen.

Robotkat
Volgens de onderzoekers weet de kat precies de juiste balans te vinden tussen de massatraagheid van het water en de zwaartekracht. Als de kat zijn tong omhoog trekt, versnelt deze eerst tot een maximumsnelheid van bijna tachtig centimeter per seconde. Zodra de tong zijn bek binnen komt neemt de snelheid af en de kat weet precies wanneer hij zijn bek dicht moet doen. Om de drinktechniek in het lab te kunnen testen, bouwden de onderzoekers een robotische kattentong. Een glazen schijfje fungeert als het uiteinde van de tong, want dat is in tegenstelling tot de rest niet ruw maar glad.

In de proefinstallatie is instelbaar hoe snel en tot hoe hoog het schijfje kan bewegen. Bij een echte kat bedraagt deze afstand ongeveer drie centimeter. Uit de testen blijkt dat de dieren precies de goede balans te pakken hebben. Want als de kat zijn tong sneller terug zou trekken, dan wordt de hoeveelheid water of melk die meekomt niet groter. En trekt hij zijn tong te langzaam omhoog dan sluit zijn bek ook later en mist hij het meeste water. Zou hij bij de huidige snelheid zijn bek ook maar een fractie van een seconde later dichtdoen, dan zou de waterkolom door de zwaartekracht uit elkaar vallen.

Likkende leeuwen
Naast Cutta Cutta en nog negen andere huiskatten bestudeerden de onderzoekers ook de drinktechniek van andere katachtigen, waaronder tijgers, leeuwen en jaguars. Het onderzoeksteam uit het internettijdperk gingen daar de deur niet voor uit; ze vroegen simpelweg filmpjes van dierentuinen op en keken naar drinkende katachtigen op YouTube. Door de afspeelsnelheid te vertragen, konden ze berekenen hoe snel het dier drinkt.

De drinktechniek blijkt bij alle katachtigen hetzelfde te zijn. De hoeveelheid water die de kat binnenkrijgt is afhankelijk van de grootte en de snelheid van de tong. Vermoedelijk past de poes de snelheid aan om zoveel mogelijk water binnen te krijgen. Een huiskat likt gemiddeld vier keer per seconde, waarbij hij elke keer 0,1 millimeter van de waterkolom binnenkrijgt. Hoe groter de kat, hoe langzamer hij likt.

Paul Schilperoord
Annotaties:
| #116449 | 12-11-2010 21:11 | flavius
Diverse vrouwen zullen hier blij mee zijn:)
aanmelden / inloggen