Pas als de benzine op is, komt er vrede in Afghanistan

Het nieuwe kabinet, Nederlands eerste kabinet na Peak-oil (Postpeak 1), vindt dat Nederlandse militairen, de Afghanen moeten trainen. De aanhangers van president Karzai moeten van ons leren hoe ze de tegenstanders van president Karzai moeten verslaan en moeten doden.
Ondertussen zijn er nog duizenden NAVO-soldaten iedere dag bezig om de vijand te verslaan. Er vallen duizenden doden per jaar, door kogels, door bermbommen, door raketten.
Toch gloort er hoop voor de Afghanen. Ooit zullen de ongelovigen verdwijnen en teruggaan naar Ongelovistan.
De Duitse legerleiding kwam er onlangs achter dat er over 10 jaar minder brandstof zal zijn voor de tanks, helikopters en bommenwerpers.
Ook in Amerika is het tot de botte hersens in het Pentagon doorgedrongen dat aardolie een eindige grondstof is. Men probeert wanhopig investeerders te vinden voor biobrandstof-projecten. Want zonder biobrandstof staat de Airforce over 25 jaar vleugellam aan de grond.
De Westerse troepen in Afghanistan zijn afhankelijk van benzine, kerosine en diesel. Konvooien met brandstof zijn de aorta van de NAVO-troepen. Dat weet de vijand ook.
Regelmatig vallen Afghaanse en Pakistaanse opstandelingen de konvooien aan en steken de kostbare brandstof in brand.

Het is duidelijk wie er het kwetbaarst is in Afghanistan. Het is duidelijk hoe de oorlog in Afghanistan zal aflopen.
Als de benzine op is, komt er vrede.


