Door Hannus, Op don 20 sep 2012 02:23, 0 reacties,    

Steeds meer Chinese ondernemingen leggen het loodje

Gevreesd moet worden dat China aan de vooravond staat van een golf van faillissementen. Vooral middengrote en kleine bedrijven lijken voor de bijl te gaan. Talrijke ondernemingen die afhankelijk zijn van de export, staan stil omdat ze geen opdrachten meer krijgen. Chinese bedrijven blijven zitten met onverkoopbare voorraden en kampen bijgevolg met winstdalingen. Als oorzaken worden beleidsfouten van de overheid, de wereldwijde recessie, een schuldencrisis en een zeepbel op de onroerend goed markt aangewezen.

“Ik zie dat de ene concurrent na de andere de tent sluit en ik vraag mezelf af wanneer het mijn beurt is,” aldus een manager van een weverij in de provincie Zhejiang tegen de website 1mfg.com.

Overcapaciteit
Zeventig procent van de beursgenoteerde Chinese vennootschappen kampt met aanzienlijke overcapaciteit. Volgens de krant Southern Metropolis Daily liggen bij de 2450 beursgenoteerde ondernemingen van China voor 4,73 biljoen yuan (ongeveer 573 miljard euro) aan goederen te wachten op een afnemer. Dit komt overeen met 48,6% van de totale intrinsieke waarde van deze bedrijven.

De bekende econoom, professor Lang Xianping, stelde de toestand aan de orde tijdens een lezing op 18 augustus. Hij rekende voor dat de overcapaciteit bij de auto-industrie 12% bedraagt, bij de ijzer-en staalindustrie 35%, bij de cementindustrie 28%, bij de producenten van windenergie 70% en bij de fabrikanten van glasproducten 93%.

De daling van de vraag heeft enorme winstdalingen tot gevolg. De bekende Chinese fabrikant van sportartikelen, Lining, is een duidelijk voorbeeld hiervan. Het bedrijf heeft een enorme hoeveelheid goederen op voorraad, die ze niet kwijt kan. Haar omzet is in het eerste halfjaar met 9,5% gedaald ten opzichte van vorig jaar en haar nettowinst met 85%. Om kosten te besparen moest het bedrijf al twaalfduizend winkels sluiten, meldt de Southern Metropolis Daily.

Schuldencrisis
Bedrijven zijn gedwongen hun producten te dumpen, om toch van hun voorraden af te komen. De toch al kleine winstmarges gaan daardoor nog verder omlaag en als gevolg daarvan kunnen veel Chinese ondernemingen niet meer aan hun financiële verplichtingen te voldoen. Zo ontstaat bovenop de overcapaciteit een schuldencrisis.

Chinese ondernemingen hebben volgens het Duitse Handelsblatt, een betalingsachterstand van omgerekend 878 miljard euro. Ook Reuters dook in de problematiek en ontdekte dat in de eerste helft van dit jaar de vorderingen op circa 280 bedrijven met ongeveer een vijfde zijn toegenomen.

Volgens een onderzoek van het Ministerie van Industrie en Informatietechnologie zijn de machine–industrie, de mijnbouw en de staalindustrie het hardst getroffen door de schuldencrisis. In tegenstelling tot de schuldencrisis van de jaren negentig zijn dit keer niet de staatsbedrijven, maar vooral kleine en middelgrote ondernemingen het haasje. Wanneer de situatie lang voortduurt zijn massaontslagen onvermijdelijk.

De overcapaciteit bij de Chinese industrie dreigt een niet te keren keten van economische tegenslagen met zich mee te brengen. Omdat de voor hun overleven worstelende bedrijven hun verplichtingen niet langer volledig kunnen voldoen, worden ook de banken getroffen en doemt voor de Chinese economie een harde landing op.

Volgens professor Lang Xianping is de Chinese regering de eerst schuldige aan de problemen. Vanaf het begin van het openstellingsbeleid, ongeveer 30 jaar geleden, is haar politiek eenzijdig gericht geweest op het promoten van China als «de fabriek van de wereld» in de rest van de wereld. De Chinese industrie draaide op opdrachten uit het buitenland. Deze beperkte economische visie had tot gevolg dat in China zelf amper belangstelling bestond voor productontwikkeling, innovatie, logistiek en de productie van de sleutelonderdelen. Er werd dan ook amper in geïnvesteerd.

Kapitaal dat werd gegenereerd in de industriële sector, werd niet teruggeploegd naar het bedrijfsleven, maar stroomde weg naar luxe goederen en naar de vastgoedmarkt. Zo kon daar een enorme zeepbel ontstaan. Omdat ze nooit aan productontwikkeling hebben gedaan, zijn de Chinese bedrijven nu niet in de positie om de prijzen te beïnvloeden en moeten ze zich noodgedwongen neerleggen bij een te lage winstmarge.

Op zijn microblog wijst Cao Jianhai, een lid van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, op de negatieve gevolgen die de oververhitte Chinese vastgoedmarkt heeft voor industriële ondernemingen. Dankzij de stijgende vastgoedprijzen stijgen ook de kosten van het levensonderhoud van werknemers en dus hun lonen. Uiteindelijk leidt dat ertoe dat de kostenvoordelen die de Chinese industrie heeft ten opzichte van concurrenten in andere ontwikkelingslanden verloren zullen gaan.

Buitenlandse ondernemingen zoals Caterpiller und GE bouwden hun productiecapaciteit in China reeds af en vele anderen zullen hen volgen.
Annotaties:
aanmelden / inloggen