Door community (initieel spaceman), Op din 11 jun 2013 00:58, 1 reacties,    

Toezicht op internet: Echelon — Grootschalig afluisteren en privacy 1



Jekyll en Hide
Veiligheids- en inlichtingendiensten zijn van nature geneigd om bevoegdheden te verwerven om de communicatie van individuele burger te allen tijde, op elke plek en via elk medium kunnen afluisteren. Als zij niet geëquipeerd zijn om criminele, terroristische of staatsgevaarlijke activiteiten in de gaten te houden, dan kunnen zij operationeel niet garant staan voor de veiligheid van de burgers.

De bevoegdheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn democratische rechtsstaten nauwkeurig omschreven en afgebakend. In vitale democratieën wordt daarop daadwerkelijk controle uitgeoefend door gekozen volksvertegenwoordigers. In de dagelijkse praktijk mankeert er meestal wel het een en ander aan zowel de uitoefening van deze formele bevoegdheden, als aan de effectiviteit van de democratische controle op de praktijken van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarbij draait het altijd rond het lastige dilemma van het vinden van een acceptabel evenwicht tussen het recht op privacy van de individuele burgers en het om reden van collectieve veiligheid gericht doorbreken van de privacyrechten van vermeend of daadwerkelijk criminele of staatsgevaarlijke individuen.

Het internet biedt voor velen een breed scala aan snelle en goedkope communicatiemogelijkheden. Die mogelijkheden kunnen gebruikt worden om contact met elkaar te onderhouden, om informatie, meningen en gevoelens uit te wisselen en om productief met elkaar samen te werken bij de vervaardiging van nieuwe of betere producten en diensten. De zegeningen van het internet zijn al vaak bezongen. Daar staat tegenover dat de informatieve, communicatieve en productieve mogelijkheden van het internet even gemakkelijk gebruikt kunnen worden om mensen te misleiden, om ze propagandistisch te desinformeren, om hun communicatie te verstoren, om vooroordelen en haatdragende opvattingen te verspreiden, en om de producten en diensten van anderen te vernietigen. Internet is een Januskop, een hydra, Jekyll én Hide.

Wereldwijd afluisteren
Al voor de wereldschokkende terreuraanslagen op de sterkste symbolen van de Amerikaanse wereldhegemonie werd vanuit inlichtingen- en veiligheidsdiensten gepleit voor een uitbreiding van de bevoegdheden waardoor het internet op wereldschaal kan worden afgeluisterd. Daarbij zijn twee vraagstukken aan de orde die niet met elkaar vermengd zouden moeten worden. Ten eerste de pragmatische vraag: is het technisch mogelijk om het internet wereldwijd af te luisteren? Ten tweede de politieke vraag: onder welke voorwaarden is het gewenst dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten het recht krijgen om communicaties via het internet af te luisteren?
In 1982 publiceerde de Amerikaanse auteur James Bamford zijn boek The Puzzle Palace over de National Security Agency (NSA). In een kleine kring van academici, activisten en beleidsmakers baarde het boek veel opzien. Maar zijn beschrijving van Echelon werd door bijna iedereen als science fiction weggezet.
De discussie over deze vragen is allang geen louter academische kwestie meer. Sinds de jaren zeventig circuleren er al geruchten over het bestaan van een duister Amerikaans-Brits spionagenetwerk met de naam Echelon [Campbell 1981]. Echelon is de codenaam van een reusachtig afluisternetwerk van de National Security Agency [NSA], één van de nationale veiligheidsorganen van de VS. Middels dit netwerk wordt routinematig al het elektronische boodschappenverkeer van regeringen en organisaties in andere landen afgetapt. Dit betekent dat het telefoon-, fax-, web- en e-mailverkeer van bedrijven en burgers op grote schaal wordt afgetapt door vreemde mogendheden.

Het bredere publiek kreeg pas hoogte van het Echelon-project door het verschijnen van het boek Spyworld van Mike Frost in 1994. In 1996 schreef de Nieuw-Zeelandse journalist Nicky Hager de meest gedetailleerde analyse in Secret Power. De publieke geruchten over Echelon werden zo sterk dat parlementariërs van diverse landen uiting gaven aan hun verontrusting. In een aantal Europese landen (België, Frankrijk en het Europees Parlement) werden parlementaire onderzoeken ingesteld. De meeste regeringen ontkenden aanvankelijk het bestaan van Echelon, maar konden op den duur die lastige vraag niet langer ontwijken. Het vermoeden rees dat de privacyrechten van burgers en bedrijven op een grove manier geschonden worden. Grote broer lééft.

Echelon: de oren van Amerika
Echelon is een schimmig Amerikaans-Brits elektronisch spionagenetwerk. De middelen zijn antennes om mee te luisteren, satellieten om signalen op te vangen, computers die informatie filteren en selecteren. Het doel is het vangen van boeven en het ontdekken van samenzweringen en terroristische aanslagen. Hoewel Echelon primair is ontworpen voor niet-militaire doelen (regeringen, organisaties en bedrijven in praktisch elk land), blijven de prioriteiten van dit systeem militaire en politieke inlichtingen die voor meer doeleinden gebruikt kunnen worden [Hager 1996]. Omdat er geen rekenschap wordt afgelegd over het gevoerde beleid is het moeilijk te achterhalen op grond van welke criteria bepaald wordt wie geen doelwit is.

Het bestaan van Echelon werd aanvankelijk jarenlang heftig —en dus weinig overtuigend— ontkend. De Nederlandse Minister van Defensie, Frank De Grave, beriep zich in deze kwestie eerst op een zwijgplicht, zei vervolgens dat geen enkel niveau van beveiliging een absolute garantie tegen afluisteren is, en erkende pas daarna schoorvoetend dat het bestaan van Echelon ‘aannemelijk’ was. Echelon bestaat echter wel degelijk. Het is een product van samenwerking tussen de Verenigde Staten en Engeland op het gebied van internationale spionage die zijn oorsprong heeft in de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd deze samenwerking gecontinueerd. Niet alleen het radioverkeer werd afgeluisterd, maar ook de trans-Atlantische telefoonkabels werden afgetapt met inzet van onderzeeërs [Sontag/Drew 1998; Campbell 2000].

Ophef en berusting
In januari 1998 het rapport An Appraisal of Technologies of Political Control. Het was geschreven in opdracht van het Europese Parlement en opgesteld door het Britse onderzoeksbureau Omega. Daarin kon men al lezen dat niet alleen het Europese telecommunicatieverkeer, maar al het telefoon-, telex-, e-mail en faxverkeer in de twereld systematisch wordt afgetapt. Een maand later opende het NRC met de kop Geheime dienst VS luistert Europa af. Ook in dit artikel stond dat de VS stelselmatig al het Europese elektronische dataverkeer aftappen. De ophef over dit artikel leidde zelfs tot kamervragen. De politici verklaarden geschokt te zijn en noemden het onvoorstelbaar dat het ene continent het andere systematisch bespioneert. Er werd opgeroepen om Europese afspraken te maken over de bescherming van informatie. En uiteraard zou de regering om opheldering worden gevraagd. Maar al snel keerde de rust —of beter: de berusting— terug.
Door de opkomst van de communicatiesatelliet in de jaren zeventig werd het werkterrein verbreed. In diverse landen — Verenigde Staten, Canada, Engeland, Puerto Rico, Nieuw Zeeland, Australië — verrezen batterijen witte schotels op zwaarbewaakte terreinen. In Zuidwest-Engeland staan 22 gigantische — de grootste buiten de VS en dus voor iedereen zichtbaar — overkapte satellietschotels gericht op Europa. Deze activiteiten worden gecoördineerd door de grootste afluisterdienst ter wereld, de National Security Agency (NSA).

U.S. person
DE NSA is met meer dan 100.000 medewerkers minstens twee keer zo sterk als de bij het grote publiek veel bekendere CIA (met zo’n 40.000 medewerkers). De NSA heeft de wettelijke bevoegdheid “alle communicatie te onderscheppen, van welke vorm dan ook, zolang op zijn minst één deel van die communicatie zich in het buitenland bevindt”. De NSA zou haar antennes nooit op de Verenigde Staten zelf mogen richten. Het elektronisch volgen van Amerikanen via hun naam, telefoonnummer of persoonlijke code is verboden. Wanneer er toch Amerikanen worden afgeluisterd in een gesprek met buitenlanders, zou hun naam uit het tapverslag verwijderd moeten worden en veranderd in het anonieme ‘U.S. person’.
De NSA heeft tot taak om de informatiesystemen van de VS te beschermen en om buitenlandse inlichtingen te produceren. Het is, in de woorden van de democratische senator Frank Church, een dienst die de mogelijkheid heeft om ‘de tirannie volledig te maken’ en geen enkele Amerikaan zou nog privacy hebben. Juist daarom werd het werkterrein van de NSA beperkt tot het buitenland: de NSA zou haar elektronische oren nooit op de Verenigde Staten zelf mogen richten. Althans niet zonder speciale rechterlijke toestemming volgens de Foreign Intelligence Surveillance Act van 1978. De oprechte zorg om de privacy houdt voor deze wet op bij de Amerikaanse grens. Zolang op zijn minst één deel van de communicatie zich in het buitenland bevindt heeft de NSA de wettelijke bevoegdheid om alle communicatie te onderscheppen, van welke aard deze ook is. Wie geen Amerikaan is of zich in het buitenland bevindt is dus in zeker opzicht vogelvrij: objecten van digitale tirannie.

Sinds het bestaan van Echelon bekend werd, wordt er gepubliceerd over het misbruik van informatie uit dit systeem om voor de VS voordeel te behalen bij wapenovereenkomsten, auto-exporten en olieconcessies [Europese Commissie 1998]. De NSA speelde gegevens over contracten die Europese bedrijven willen afsluiten door aan het Amerikaanse bedrijfsleven. Bovendien wordt ook informatie van niet-gouvernementele organisaties zoals Amnesty International, Green Peace en het Rode Kruis misbruikt.

Vals spel
In een rapport van het Europese Parlement Interception capabilities 2000 wordt melding gemaakt van het gebruik van de door het Echelon-netwerk vergaarde inlichtingen voor commerciële doeleinden van de bij het UKUSA aangesloten landen. In 1994 werd de Franse onderneming Thomson-CSF een contract in Brazilië ter waarde van $1,3 miljard door de neus geboord ten gunste van het Amerikaanse Raytheon als gevolg van onderschepte commerciële informatie die aan Raytheon was doorgespeeld. In datzelfde jaar verloor Airbus een contract van $6 miljard in Saoedi-Arabië aan de Amerikaanse bedrijven Boeing en McDonnell Douglas omdat via Echelon alle onderhandelingen tussen Airbus en Saoedi-Arabië waren afgeluisterd en de informatie werd doorgespeeld aan de beide Amerikaanse bedrijven.
De tijdelijke onderzoekscommissie die op 5 juli 2000 door het Europees Parlement werd opgericht om onderzoek te doen naar Echelon kwam in maart 2001 tot de voorlopige conclusie dat de mogelijkheden van het wereldwijde afluistersysteem Echelon “hopeloos overschat” worden. Maar toch werden Europese ondernemingen geadviseerd om meer gebruik te maken van geheime codes, omdat hun telecommunicatie anders gemakkelijk onderschept kan worden.

Sommige Europese parlementsleden verwonderden zich over het schrille contrast tussen het belijden van het recht op privacy en de praktijk van een arglistig aantasten van deze rechten. Ze schrokken vooral van het feit dat de onderzoekstechnieken die door Echelon worden gebruikt door niemand democratisch kunnen worden gecontroleerd. Zelfs het Amerikaanse Congres kreeg nul op het rekest toen het door de NSA werd uitgenodigd om de democratische legitimatie van het Echelon-systeem toe te lichten. Het Europese Parlement publiceerde in 1998 een rapport waarin enerzijds de noodzaak wordt erkend van globale afluistersystemen voor antiterroristische operaties en het tegengaan van illegale drugs, witwassen van geld en wapensmokkel. Anderzijds is de schaal waarop er wordt afgeluisterd alarmerend en vraagt en wordt de vertrouwelijkheid van communicatie binnen de EG onvoldoende beschermd door de bestaande wetgeving, databescherming en privacy garanties van de lidstaten [bron].

Met antenneschotels worden alle signalen van en naar communicatiesatellieten (Intelsat-700) opgepikt. Vervolgens worden de berichten onderzocht op termen die in de lijst van «verdachte woorden» staan. Een luisterstation kan elk half uur ongeveer een miljoen communicaties oppikken. Gemiddeld worden daarvan zo’n 6.500 uitgefilterd als zijnde ‘verdacht’. Bij nadere elektronische selectie blijven daarvan hoogstens 1.000 over. Tien daarvan gaan naar menselijke beoordelaars die er uiteindelijk gemiddeld over 1 een rapport schrijven.

Er zijn twee grote afluistersystemen:

Echelon is onderdeel van het UK/USA systeem dat de activiteiten van militaire inlichtingendiensten omvat van de NSA-CIA in de Verenigde Staten en GCHQ en M16 in Groot-Brittannië. De andere drie deelnemende landen — Canada, Australië en Nieuw-Zeeland — nemen als ‘second parties’ deel aan de UKUSA-overeenkomst. Het bestaan van de overeenkomst werd pas in maart 1999 publiekelijk erkend door de Australische regering.
Obscure namen
Opvallend zijn de obscure namen van de betrokken inlichtingendiensten. De partner in Nieuw-Zeeland heet Government Communications Security Bureau (GCSB), in Engeland figureert het Government Communications Headquarters (FCHQ), in Canada is het de Communications Security Establishmend (CSE) en in Australië is het de Defense Signals Directorate (DSD).
De alliante ontstond uit de gezamenlijke inspanningen tijdens de Tweede Wereldoorlog om radiotransmissies te onderscheppen. Het werd in 1948 geformaliseerd in de UKUSA overeenkomst en was primair gericht tegen de Sovjet-Unie.

De afluistercentra van Echelon staan onder meer in de Verenigde Staten (Ford Meade, Helemanu, Rosman, Sugar Grove, Yakima), Groot-Brittannië (Menwith Hill, Morwenstow), Denemarken (Kopenhagen, Aflandshage, Karup), Duitsland (tot 2004 Bad Aibling en daarna Griesheim), Canada (Gander, Alert, Masset), Australië (Geraldton), Nieuw Zeeland (Waihopai), Japan (Misawa) en aanvankelijk ook Hong Kong. Het grootste afluistercentrum buiten de VS staat in Zuidwest-Engeland. De voor iedereen zichtbare overkapte 22 satellietschotels van het Echelon station Menwith Hill [codenaam F-83] staan gericht op Europa. Het berichtenverkeer —elke e-mail, fax en telefoonconversatie— wordt via OCR, spraakherkenning en data-analyseprogramma’s verwerkt door de Silkworth-computer in Menwith Hill. Daarna worden de gegevens naar het NSA-hoofdkwartier in Fort Meade in Maryland gestuurd [STOA].

In het EU-FBI systeem werken opsporingsdiensten zoals de FBI, politie, douane, immigratie en internationale veiligheid met elkaar samen. In februari 1997 werd bekend dat de Europese Unie al in 1995 een geheime overeenstemming had bereikt over het opzetten van een internationaal telefoontap-netwerk. De regeringsleiders van de EU stemden ermee in om nauw samen te werken met de FBI in Washington. Deze plannen zijn nooit besproken door enige Europese regering, noch door het Comité voor Burgerlijke Vrijheden van het Europese Parlement [Statewatch 25.2.1997]. Net als Echelon valt het EU-FBI systeem buiten elke vorm van demo
Annotaties:
| #201010 | 11-06-2013 12:03 | spaceman
Sinds het bestaan van Echelon bekend werd, wordt er gepubliceerd over het misbruik van informatie uit dit systeem om voor de VS voordeel te behalen bij wapenovereenkomsten, auto-exporten en olieconcessies [Europese Commissie 1998]. De NSA speelde gegevens over contracten die Europese bedrijven willen afsluiten door aan het Amerikaanse bedrijfsleven. Bovendien wordt ook informatie van niet-gouvernementele organisaties zoals Amnesty International, Green Peace en het Rode Kruis misbruikt.


Zoals reeds eerder aangegeven is het terrorisme verhaal kul ( die gebruiken encryptie) Het gaat hier dus duidelijk om zakelijke belangen.Ordinaire bedrijfsspionage.Niks meer en niks minder.
spaceman's avatar
aanmelden / inloggen