Door PaAreltje, Op don 15 maa 2012 15:07, 3 reacties,    

‘Waarheid over Libië komt nu naar buiten’

'Waarheid over Libië komt nu naar buiten'

door Lizzie Phelan


De Ierse freelancejournalist Lizzie Phelan komt terug op haar jongste interview met New York Times verslaggever Robert Mackey. Hoewel ze vaak het etiket van 'activist' en 'onruststoker' krijgen opgeplakt vindt ze dat journalisten die meningen verkondigen over landen die in de vuurlinie van de NAVO liggen en die tegen de heersende opinie ingaan objectief gezien in een betere uitgangspositie verkeren om betrouwbare informatie te verschaffen dan hun collega's van de ‘officiële‘ (mainstream) media. Als sommige westerse journalisten zich nu een meer evenwichtige berichtgeving veroorloven, dan is dat omdat de militaire doelstellingen werden bereikt. De bespottelijke berichtgeving door westerse media over de situatie in Syrië bevestigt dit nog eens. Het kunnen 'bevatten' van een ingewikkelde situatie is niet afhankelijk van de hoeveelheid informatie die wordt verzameld ten gunste van één bepaalde kant, maar van de verscheidenheid van goed geïnformeerde standpunten over een bepaalde situatie. Zolang aan de politieke en economische voorwaarden voor die veelvoud aan meningen niet is voldaan zal vroeg of laat het eerste slachtoffer altijd de waarheid zijn.


Voltaire Net | 4 februari 2012

Eerder vandaag had ik via Skype een videointerview met New York Times journalist Robert Mackey over mijn verslag van de gebeurtenissen in Libië en Syrië en mijn kritiek op de mainstream westerse en GCC (Gulf Cooperation Council) -media met betrekking tot de gebeurtenissen in die landen.
Dit was mijn eerste interview met een mainstream westerse mediaorganisatie en mij werd gezegd dat de video morgen in z'n geheel openbaar zal worden gemaakt.
Voorafgaand aan het interview werden mij drie vragen toegezonden die de punten betroffen die in het interview besproken zouden gaan worden. Op enkele manieren ging het interview aan deze punten voorbij, daarom publiceer ik hier de vragen die mij voorafgaand aan het interview werden gesteld en mijn volledige antwoorden daarop, omdat ik van mening ben dat juist deze vragen volledige beantwoording verdienen en, hoewel ik in het interview de meeste punten kon maken aan enkele andere niet toekwam.

Robert Mackey : Aangezien jouw indrukken van wat er in Syrië gebeurt opvallend verschillen van die van veel buitenlandse verslaggevers die er onlangs waren, wil ik je vragen hoe je aan je bronnen kwam en waarom volgens jou andere journalisten een afwijkend beeld schetsen van het conflict.

Lizzie Phelan : Allereerst hoop ik dat je mij in de gelegenheid stelt al je vragen volledig te beantwoorden zodat de context die altijd buiten beschouwing blijft erbij kan worden betrokken. Ik hoop ook dat je me alle vragen gaat stellen die we voor het interview overeenkwamen. Zo niet, dan zal ik zelf de volledige vragen en mijn volledige antwoorden openbaar maken.
De vraag zelf is al verkeerd gesteld omdat je in feite bedoelt dat mijn indrukken van wat er in Syrië gebeurt opvallend verschillen van die verslaggevers uit de NAVO- en GCC-landen die een bepaald belang hebben om Syrië te destabiliseren.

Mijn indrukken worden overigens gedeeld door de meeste mensen in de wereld, dat wil zeggen uit landen die niet tot de NAVO en de GCC behoren, en in het bijzonder door hen die slachtoffer zijn van deze machten. Maar doordat ze niet over machtige media beschikken wordt hun stemgeluid verdrongen door de berichtgeving van de mainstream media in de NAVO- en GCC-landen.
Wat mijn bronnen betreft, die vind ik op een aantal manieren, maar in hoofdzaak praat ik in Syrië met mensen op straat, wat niet zo moeilijk is omdat mensen graag over de crisis in hun land praten, en vooral met buitenlanders omdat die naar hun stellige overtuiging een verkeerde indruk hebben van hun land en van de huidige gebeurtenissen daar. Dit was de overheersende opvatting, maar natuurlijk niet de enige die ik tegenkwam. En dat komt in mijn verslagen tot uitdrukking.
In feite was ik net als in Libië zo onder de indruk van de vele mensen die hun boosheid over de verzinsels in de media van de NAVO- en GCC-landen wilden uiten dat mijn collega Mostafa Afzalzadeh en ik besloten een documentaire te maken waaruit moest blijken wat gewone Syrische mensen werkelijk vinden. Deze documentaire laat verder zien dat als zulke media er niet waren de crisis in Syrië voorbij zou zijn geweest voor hij nog begon en dat men nu in Syrië in vrede zou leven.
Het verschil met journalisten van mainstream media in NAVO- en GCC-landen is dat zij met een vooropgezette agenda in Syrië arriveren en die agenda is geen andere dan verslag doen van wat zij een revolutie noemen en het 'substantiëren' van holle beweringen dat de Syrische regering een bedreiging vormt voor het Syrische volk. Ze lopen dus bijvoorbeeld over straat waar tien mensen hun vertellen dat er geen revolutie is in Syrië en dat ze willen dat het leger hen beschermt tegen terroristen die hun land overspoelen en als er dan één iemand is die hun zegt dat in Syrië geen democratie bestaat, dan worden die tien weggezet als spionnen van de regering en gaan ze verder met die ene persoon die wat anders zei - ik heb dat zelf zo meegemaakt.
Als zij het omgekeerde deden en de mening van de meerderheid van de mensen op straat weergaven, dan zou dat de berichtgeving van hun mediaorganisaties van de afgelopen tien maanden ondergraven, die immers een beeld gaf van een regering die door mensen wordt verafschuwd, en dat zou op zich weer hun geloofwaardigheid als journalisten die voor deze organisaties werken ondermijnen. Maar heel lang kunnen ze de waarheid niet onderdrukken.
Er bestaat wel het gevaar dat, zoals in Libië, de waarheid pas boven tafel komt als het te laat is, als een land dus met succes werd kapotgemaakt door de NAVO- en GCC-landen, mèt de noodzakelijke hulp van hun media. Dàn kunnen westerse media zich veroorloven eerlijker te zijn, hoewel nooit helemaal aangezien er doelstellingen, regime change bijvoorbeeld, van hun broodheren werden verwezenlijkt.
Voor mij speelt het ‘op een akkoordje gooien’ om het toch vooral als journalist bij 's werelds meest in aanzien staande mediaorganisaties 'te maken' niet. Ik werd journalist om koste wat kost de waarheid weer te geven. De enige instantie waar ik me verplicht aan voel is mijn geweten.

RM : Aangezien je op Press TV en Russia Today was en ook bij de Syrische staatstelevisie maak je je dan geen zorgen de schijn te wekken de regeringen te steunen die deze kanalen financieren, of zie je jezelf meer als activist die tegen de politiek van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is dan als neutraal verslaggever?

LP : Deze vraag is op zich al tendentieus en uit zijn verband gerukt. Hij veronderstelt dat BBC, CNN, Al Jazeera enz. en de journalisten die voor deze organisaties werken onafhankelijk zijn van hun financierders. Als ik voor de BBC zou werken zou ik dan de Britse regering steunen die ervoor betaalt, en ook de verkeerde dingen die zij door de eeuwen heen over de hele wereld heeft gedaan?
Waarom is de New York Times zo bezorgd over mijn werk voor Russia Today en Press TV? Ik daag je uit specifieke voorbeelden van journalisten te vinden die bij deze organisaties werkzaam zijn en die zich aan slechte journalistieke praktijken bezondigden. Waarom maak je je niet druk over journalisten die voor Al Jazeera werken, dat gefinancierd wordt door en de buitenlandse politiek van de emir van Qatar en zijn koninklijke familie steunt? Al Jazeera heeft in de afgelopen maanden vele malen bewezen verdraaide berichten over de regio te publiceren, niet in de laatste plaats over Libië. Hoe kunnen hun journalisten neutraal zijn als hun werkgever de grootste militaire basis van de Verenigde Staten in de regio gastvrijheid biedt en ook verantwoordelijk was voor het sturen van duizenden strijders, wapens en een massa geld om in Libië dood en verderf te zaaien, die nu hetzelfde doet in Syrië en ook nog Arabische landen oproept het land binnen te vallen. Bovendien moet ik de New York Times nog horen over de 'neutraliteit' van journalisten die samenwerken met de door de Britse staat gefinancierde BBC, of over journalisten die voor de Murdoch-pers werken die, wat ruimschoots werd aangetoond, sterke bindingen heeft met alle grote westerse machten die verantwoordelijk zijn voor de grootste schendingen van het internationaal recht.
Dus de vraag moet beginnen met de aanname dat er geen neutrale nieuwsorganisaties bestaan en dat ze ieder een bepaalde ideologie vertegenwoordigen. En als je mij vraagt of ik me meer thuis voel bij nieuwskanalen die een ideologie uitdragen van staten die zichzelf verdedigen tegen voortdurende aanvallen van het Westen, een ideologie dus tegen buitenlandse bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden en die de eigen onafhankelijkheid vooropstelt, òf dat ik me prettiger zou voelen als ik werkte voor mediaorganisaties die de arrogante ideologie uitdragen dat de westerse beschaving superieur is en op wat voor manier dan ook aan de hele wereld dient te worden opgelegd, dan denk ik dat iedereen met ook maar een beetje benul van wereldpolitiek en van de jongste geschiedenis voor het eerste zou kiezen.
Een nog bijkomend bedrog in deze vraag is dat er zoiets bestaat als neutraliteit en dat journalisten in staat zijn de eigen opvatting te scheiden van datgene waar zij verslag van doen en hoe zij dat doen, ja zelfs dat journalisten geen mening hebben.
Zoals ik al zei trek ik mij de mening van anderen over deze zaken niet aan omdat degene die meent dat als ik voor Russia Today of Press TV werk ik iemands opvattingen verkondig, terwijl als ik voor een westerse organisatie werkte 'neutraal' zou zijn zichzelf grandioos voor de gek houdt en ervoor kiest naar een klein deel van het plaatje te kijken in plaats van naar het geheel.
Even tussendoor, toen ik vastzat in het Rixos Hotel in Tripoli met die 35 andere journalisten renden op een dag twee Amerikaanse journalisten het hotel binnen, om het even snel weer te verlaten toen ze bemerkten dat het door Gaddafiaanhangers werd verdedigd. Een van de twee was bijzonder bevreesd dat de Gaddafimensen hem kwaad zouden doen, maar ze vroegen hun gewoon weg te gaan. En waarom was hij zo bang? Omdat, zei hij, hij in verbinding stond met, hou je vast, een belangrijk lid van de Nationale Overgangsraad. Ik heb zijn neutraliteit door de mainstream media nooit in twijfel horen trekken.
Ten slotte, wat is een activist? Als het betekent dat de rol die je speelt gebeurtenissen op gang kan brengen, dan zou ik zeggen dat we allemaal op een of andere manier activisten zijn. Want wie denkt dat zijn handelingen altijd goed zijn en geen effect hebben is op z'n best naïef. Dat geldt in het bijzonder voor verslaggevers wier handelingen meer gevolgen kunnen hebben dan die van andere mensen op deze wereld. En dat komt natuurlijk doordat hun stem een speciaal podium krijgt en als je voor journalist leert krijg je te horen dat een verslaggever moet handelen als de ogen en oren van het publiek, daarom is je invloed ook groter dan van een gewone burger.
Je kunt dat podium dus gebruiken om gerechtigheid en de beginselen van internationaal recht te bevorderen die van fundamenteel belang zijn voor ieders welzijn, of je kunt met betrekking tot de verantwoordelijkheid die met dat podium is gegeven de kop in het zand steken en het gebruiken voor je eigen loopbaan of belangen.

RM : Ik zou ook nog iets willen weten of je verslagen vanuit Libië en je willen vragen wat je antwoord is op aantijgingen dat je de regering van Kolonel Gaddafi steunde. In zijn algemeenheid zou ik willen begrijpen waarom je je uitspreekt tegen westerse regeringen, maar klaarblijkelijk steun je wel regeringen, zoals die van Iran, Rusland en nu ook Syrië, die van ernstige schendingen van mensenrechten worden beschuldigd.

LP : Dit is weer zo'n bedriegelijke vraagstelling en tevens een schoolvoorbeeld van de manipulatieve benadering van 's werelds machtige media, waaronder de New York Times.
Deze vraag stel je me omdat grote landen en media in het Westen Muammar Gaddafi, Iran enz. criminaliseerden door hen ervan te beschuldigen mensenrechten te schenden.
Je zet dus een val op door te zeggen dat als ik Muammar Gaddafi en Iran steun ik ook schendingen van mensenrechten steun.
Deze mensenrechtenvraag is dus in de eerste plaats een drogreden die vandaag de dag heel graag als stok wordt gebruikt om leiders van onafhankelijke ontwikkelingslanden mee te slaan en om jezelf het morele recht te verschaffen deze landen een westers systeem op te leggen.
Mijn collega Dan Glazebrook deed vorige week een interview op Russia Today nadat 'Dokters Zonder Grenzen' had besloten zijn werk in Libië te staken uit wanhoop over de martelingen van tienduizenden Gaddafi-aanhangers door dezelfde rebellen die het afgelopen jaar door westerse media werden bejubeld. Hij herinnerde het publiek eraan dat volgens rapporten van Human Rights Watch van de afgelopen vijf jaar er in die periode mogelijk drie gevallen van dood in gevangenschap waren voorgevallen, wat werkelijk voorbeeldig zou zijn, in Engeland waren er alleen al de afgelopen maand vier gevallen. Dus ik zou me veel meer zorgen maken als ik banden had met de Britse regering en haar mensenrechtenschendingen. En dat is dus alleen Engeland - de overige NAVO-landen, vooral de VS, en ook Israël en de GCC-landen brengen het er niet beter van af.
Op de keper beschouwd was Libië een paradijs voor mensenrechten en Muammar Gaddafi stond op het punt een prijs hiervoor in ontvangst te nemen kort voor de NAVO-overval begon. Libië kende overigens de hoogste levensstandaard in Afrika en trouwens ook in de regio, veel hoger ook dan Saoedi-Arabië, waar de mainstream westerse pers vrijwel nooit aandacht aan besteedt.
Niettemin zou je er niet toe komen te veronderstellen dat een journalist die voor de Engelse Sun of voor de Guardian werkt, die beide op een of andere manier de Conservatieve Partij of de Labourpartij steunen, ook het schenden van mensenrechten steunt omdàt ze werken voor kranten die partijen steunen die door de geschiedenis heen over de gehele wereld de grootste onrechtvaardigheden hebben begaan en dat ook nu nog doen. Onrechtvaardigheden die andere, door enig leider van een ontwikkelingsland begaan verre overtreffen.
Dus waarom deze dubbelhartigheid? Het heeft allemaal te maken met het vooroordeel in westerse media dat de westerse beschaving boven wat ook verheven is en daarom ook worden degenen in het Westen die verantwoordelijk zijn voor het plegen van onrecht daar niet op aangesproken - wie hiertegen bezwaar maakt riskeert dat zijn naam door de modder wordt gehaald.

Van Malcolm X stamt de bekende uitspraak 'als je niet voorzichtig bent zullen de media ervoor zorgen dat je de mensen gaat haten die worden onderdrukt en dat je hun onderdrukker gaat liefhebben' en daar zit vandaag de dag meer dan ooit iets waars in als je kijkt naar de man
Annotaties:
| #176545 | 15-03-2012 15:20 | tegengas
Echt waar?

Op de keper beschouwd was Libië een paradijs voor mensenrechten.

Libië kende overigens de hoogste levensstandaard in Afrika en trouwens ook in de regio.
tegengas's avatar
| #176618 | 16-03-2012 18:40 | bron
Gelukkig hebben de Libiërs nu democratie en vrije pers.
Net als wij, echt waar.
Dat is flink veel doden en erg veel overlast waard.
Nog sterker, een hele stoet aan professionele journalisten zegt dat dat zo is.
Dus echt waar.
Wij krijgen toch ook altijd de waarheid te horen?
Over 9/11, Friso, Demmink, bancaire systeem, Irak, Afghanistan, Syrië, Monsanto, ufo's, vaccins, HAARP, chemtrails, te veel waarheid in MSM om op te noemen, hier, in het Vrije Westen, ech wel !
bron's avatar
aanmelden / inloggen